De passie van… Marijke Huisman

Vrouwengeschiedenis, slave narratives en schijnflex

Galata-torenDe historische passie van docente cultuurgeschiedenis Marijke Huisman ligt al in haar middelbareschooltijd bij de vrouwengeschiedenis. Later komen daar de interesse voor egodocumenten en, vooral, de liefde voor doceren bij. Aanzet spreekt haar over het ontwikkelen van historische interesses, de voor- en nadelen van op flexibele basis doceren aan verschillende universiteiten en over de historicus als gemankeerde acteur. Lees verder “De passie van… Marijke Huisman”

De passie van… Oscar Gelderblom

Historisch verantwoord gamen

Prof. dr. Oscar Gelderblom
Prof. dr. Oscar Gelderblom

Als er iemand is die je ervan kan overtuigen dat economische geschiedenis niet saai is, dan is het Oscar Gelderblom wel. De historicus ontwierp zelf een game: Het Spel van de Gouden Eeuw. Als Amsterdamse koopman begeef je je in 1594 en kun je met eigen geld en een mix van risico en rendement heel rijk worden of juist failliet gaan. Maar economische geschiedenis gaat volgens hem over meer dan alleen cijfers. Aanzet praat met Oscar Gelderblom over zijn projecten in zijn vrije tijd, Schotland en zijn verrassende muzieksmaak.    Lees verder “De passie van… Oscar Gelderblom”

De passie van… Leen Dorsman

A6461Als je grootste passie de universiteit is, wat word je dan? Gids in het universiteitsmuseum? Hoogleraar universiteitsgeschiedenis? Onderwijsdirecteur? Leen Dorsman werd het allemaal. ‘Als je kijkt naar mijn agenda word je helemaal gestoord.’ Aanzet praat met hem over zijn volle agenda, zijn historische evenbeeld en de mens achter de wetenschapper.

Op een maandagmorgen in oktober ontvangt Leen Dorsman ons, zich haast verontschuldigend, op zijn werkkamer op de Drift. Liever was de bijzonder hoogleraar universiteitsgeschiedenis met ons door het Academiegebouw gelopen, bekent hij. Want waarom slechts praten over universiteitsgeschiedenis als er ook door de geschiedenis van het instituut, dat tevens zijn passie is, gewandeld kan worden? Voor nu moeten we het doen met de verhalen. Terwijl hij snel nog even een mailtje afmaakt, volgt een aanstekelijk relaas over Hongaarse wandelstudenten, die van Hongarije naar Utrecht liepen om te studeren, en over de brand in het Academiegebouw, door studenten gesticht om hun adresgegevens te beschermen tegen de nazi’s. Lees verder “De passie van… Leen Dorsman”

De passie van… Erik Nijhof

Erik NijhofErik Nijhof is sociaaleconomisch historicus en heeft zijn hart aan Utrecht verpand. Deze muziekliefhebber weet alles van industrieel erfgoed, maar ook globalisering en de waarde van het verleden voor het heden fascineren hem. Met zijn pensioen in zicht geeft hij de Utrechtse studenten een aantal tips mee. Aanzet praat met Erik Nijhof over zijn carrière, het onderwijs en zijn passie.

Erik Nijhof is een Utrechter pur sang. Hier studeerde, promoveerde en werkte hij ongeveer zijn hele carrière. Na een opleiding bij prominente historici als Hermann von der Dunk en de marxistische hoogleraar Theo van Tijn ging Nijhof zich met name interesseren in de negentiende en twintigste eeuw. Hij raakte betrokken bij een linkse studentenbeweging en ging geloven in de waarde van economische structuren. ‘Ik was een beetje een marxist’, erkent hij met een glimlach. Lees verder “De passie van… Erik Nijhof”

De passie van… Lars Behrisch

Lars BehrischWat hebben kerken, criminaliteit, statistiek en diaspora met elkaar te maken? De leek zou het niet weten, maar Lars Behrisch kan de vier uit­eenlopende onderwerpen wél onder een noemer scharen. Het onder­zoek van Behrisch is al even veelzijdig als zijn academische loopbaan, die hem uit Duitsland, via Utrecht, naar Lyon en weer terug naar de Domstad heeft gesleurd. Deze Beierse natuurliefhebber houdt naast historische structuren van muziek en bier drinken met vrienden. Als hij geen historicus zou zijn geworden, leek een baan als Antarctisch ontdekker hem wel wat.

Gelukkig is dat laatste niet het geval en doceert Behrisch aan onze universiteit. “Lesgeven in Nederland is veel intensie­ver dan in Duitsland. Studenten lezen meer en er is veel ruimte voor discus­sie,” merkt hij goedkeurend op. “Zo wordt je als docent gedwongen om bui­ten je eigen specialisatie te blijven kij­ken.” Waar hij dan gespecialiseerd in is? In kerk-, stads-, criminaliteitsgeschie­denis en de geschiedenis van de statis­tiek. Lees verder “De passie van… Lars Behrisch”

De passie van… Joes Segal

‘Wie in de afgelopen vijf jaar begonnen is aan een opleiding geschiedenis aan de Universiteit Utrecht, heeft in zijn eerste jaar kennis gemaakt met het vak ‘Wereldgeschiedenis’, een initiatief van Joes Segal. Als we zijn medewerkersprofiel mogen geloven, houdt Segal er zelf een al even universele instelling op na en is hij een alleseter op het gebied van internationale cultuur- en kunstgeschiedenis. Net terug van een onderzoeksproject in Potsdam vragen we hem naar zijn passie voor cultuurhistorie, doceren en obscure Duitse kunstarchieven.’

‘Het idee voor Wereldgeschiedenis is bij mij begonnen vanuit de overtuiging dat er in het eerste jaar niet alleen maar westerse geschiedenis moest zitten.’ Na raadplegen van zowel docenten als stu­denten, bleek het merendeel al gauw positief. Slechts een aantal docenten vroegmoderne tijd, wiens vak werd in­gekort om ruimte te creëren voor we­reldgeschiedenis, vonden het initiatief ‘erg modieus’. Lachend: ‘Ik was toen opleidingscoördinator en heb een beetje misbruik gemaakt van mijn positie.’ Lees verder “De passie van… Joes Segal”

De passie van…Ugur Ümit Üngör

‘Nederlandse studenten hebben maar weinig ambitie’. Utrecht heeft sinds kort een kosmopoliet in huis. Ugur Ümit Üngör vertelt aan de Aanzet over zijn passie voor de wetenschap, voor archiefonderzoek en voor koken: ‘Wokken is heel precies’.

‘De algemene ontwikkeling van de Nederlandse studenten is hoog’. Dat viel Ugur Ümit Üngör meteen op, toen hij terugkeerde uit het buitenland. Nederland staat momenteel op de derde plek in de Human Development Index van de UN. Maar volgens Üngör beseffen de Nederlandse studenten niet hoe goed ze het hebben. Ze hebben ook maar weinig ambitie. ‘In Amerika zijn studenten ambitieus: ze komen elke dag langs op het kantoor van hun docent omdat ze een tekst hebben gelezen, een vraag hebben of iets willen weten over stage. Dat is hier veel minder.’ Lees verder “De passie van…Ugur Ümit Üngör”

De passie van… Janneke van der Heide

Sinds 2008 heeft Utrecht een ware Darwinspecialist in huis. Janneke van der Heide studeerde af op “de Duitse Darwin” (Ernst Haeckel), promoveerde op de ontvangst van Darwins werk in Nederland en zal zich in de toekomst bezighouden met… Darwin. “Specialiseren is een bewuste keuze.”

“De evolúsje is ôfmakke”, staat op een koffiemok geschreven. Daaronder staat een afbeelding van een aap met het gezicht van Janneke van der Heide (op de foto te zien in de achtertuin van het huis van Charles Darwin). Het is een verwijzing naar een bekende spotprent over Darwin, waar diens hoofd op een apenlijf prijkt. “Een cadeau voor mijn promotie”, licht Van der Heide toe. “Het is een door vrienden bedacht, Fries gezegde: ‘de evolutie is af’”. De in Dokkum geboren Van der Heide staat in Utrecht bekend om haar kennis over Charles Darwin, maar vertelt daarnaast ook uitvoerig over fietsen, zeilen, literatuur en Noorwegen. Lees verder “De passie van… Janneke van der Heide”

De passie van… Liesbeth van de Grift

“Mijn passie? … Dat zijn studenten, mag dat ook?” grapt Liesbeth van de Grift als wij na ons laatste college een afspraak maken voor dit interview. Een week later zitten we met een kopje koffie in een café om erachter te komen waar deze historica zich naast haar werk voor interesseert. Het wordt al snel duidelijk dat de passie van Van de Grift buiten Nederland ligt.

Vrijeluchtsleven in Noorwegen
Voordat Van de Grift begon met haar studie Geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam, vertrok zij naar Noorwegen om daar een jaar aan een Folkehøgskule (volkshogeschool) te studeren. Ze had altijd al een bepaalde fascinatie gehad voor Scandinavië en aan de volkshogeschool hoefde ze alleen kost en inwoning te betalen – de Noorse staat sponsorde de rest. De volkshogeschool was een soort internaatschool zonder tentamens of proefwerken, waar alles draaide om je eigen motivatie. Er zaten gemiddeld tachtig studenten op de school, waarvan Van de Grift de enige Nederlander was. De voertaal was Noors, iets wat Van de Grift al snel oppikte. Nog steeds leest zij af en toe een boek in deze taal. Het was de bedoeling dat iedereen een hoofdvak koos en daarnaast een aantal bijvakken. Er werden vooral sportieve, kunstzinnige en praktische vakken aangeboden. Van de Grift koos als hoofdvak frilufstliv, wat letterlijk vertaald “het vrijeluchtsleven” betekent. Hieronder vielen activiteiten als bergwandelen, fietsen, kanoën en skiën. Van de Grift beschrijft het jaar dat zij in Noorwegen doorbracht als één van de beste jaren van haar leven. Het kon echter niet allemaal perfect zijn. “Soms voelde ik me toch een beetje opgesloten. De prachtige fjorden ook konden benauwend zijn, ze benamen me het uitzicht, de horizon.”Daarnaast was er niet veel te beleven in de steden en had de beste krant in Noorwegen slechts één pagina met buitenlands nieuws. Aan het einde van het jaar keek Van de Grift er dan ook naar uit om weer terug te keren naar Nederland en om aan haar studentenleven in Amsterdam te beginnen. Lees verder “De passie van… Liesbeth van de Grift”

De passie van… Joris van Eijnatten

Joris van Eijnatten is een veelzijdig figuur. Binnen de cultuurgeschiedenis, zijn vakgebied, vindt hij bijna alles interessant. Bovendien zoekt hij graag de samenwerking op met andere disciplines. Ook privé heeft hij erg uiteenlopende bezigheden. Zo staat de kersverse hoogleraar Cultuurgeschiedenis aan de Universiteit Utrecht elk weekend langs het veld waar zijn voetballende zoon speelt, en heeft hij een bijzondere interesse voor exotische planten.

Van Eijnatten heeft zijn bewuste ontwikkeling als puber en adolescent in het buitenland doorgemaakt. Hij werd geboren in Spanje en groeide op in Kenia, waar hij een internationale school bezocht en les kreeg in het Engels.  Dit heeft zijn sporen nagelaten: Van Eijnatten spreekt goed Engels, zelfs een klein beetje Swahili, en voelt zich overal ter wereld thuis. “Ik hecht mij niet zo sterk aan mijn omgeving”, vertelt hij, “ik woon nu in Almere, maar ik zou net zo makkelijk buiten Nederland kunnen werken en wonen.” Op de internationale school volgde hij alleen bètavakken – natuurkunde, wiskunde en scheikunde – maar tegelijk was hij ook geïnteresseerd in geschiedenis en literatuur. Lees verder “De passie van… Joris van Eijnatten”