Vijftig jaar geschiedenis gevangen in muziek

Hoe zijn politiek en protestliedjes met elkaar verbonden? Dat vroeg Laurens Ham zich af in zijn werk Op de Vuist. Maud Roelse las het boek en schreef een recensie.

‘Wat verbindt de ontregelende acties van provo uit 1966, de kroningsoproer van 30 april 1980 en de anti-rascismebetogingen van nu? Precies: muziek.’ Met deze wervende woorden op de achterflap wordt de lezer nieuwsgierig gemaakt naar het boek Op de vuist. Vijftig jaar politiek en protestliedjes van Laurens Ham. In zijn boek zet Ham de politieke geschiedenis van Nederland op alternatieve wijze uiteen met protestliedjes als rode draad in zijn verhaal. Een historisch overzicht van protestliedjes was er nog niet in Nederland en daar moest verandering in komen, aldus de auteur. De afgelopen jaren is Ham naar eigen zeggen in de ban geraakt van de Nederlandstalige protestliedjes. De expertise die hij hierdoor heeft ontwikkeld, komt al vanaf de eerste pagina sterk naar voren en zijn enthousiasme over het onderwerp werkt aanstekelijk. Ham behandelt een breed scala aan genres, onderwerpen, tijdsperiodes, zangeressen, zangers en bands, en het boek is een echt overzichtswerk. In vijftien hoofdstukken van wisselende omvang vliegt Ham zo nu en dan door de geschiedenis en serveert protestbewegingen en sociaal-culturele omwentelingen in hapklare brokken. 

Hoewel de lezer bij een overzichtswerk als Op de vuist misschien niet meer mag verwachten dan de geschiedenis van het protestliedje in vogelvlucht, is het jammer dat de historische diepgang uitblijft. Ham verhaalt over zoveel interessante bewegingen, protesten en musici dat je als lezer eigenlijk alleen maar steeds méér over een onderwerp wil weten. Een van de uitgangspunten van zijn boek was om de lezer te laten zien dat het protestlied levendig en veelvormig is, en dat het nodig is om het volledige spectrum aan liedjes – inclusief de minder gepolijste en marginale liedjes – in ogenschouw te nemen om dit te kunnen zien. De keuzes die Ham maakt leveren een gevarieerd werk op, dat zoveel onderwerpen vluchtig aanstipt dat het de lezer soms duizelt. 

Naast het schrijven van het eerste overzichtswerk van het Nederlandse protestlied heeft Ham nog een doel: aantonen dat het protestlied nog lang niet dood is. Waar velen denken dat het protestlied op zijn minst zijn beste tijd heeft gehad, zo niet al lang in zijn graf ligt, wil de auteur het tegendeel bewijzen: het protestlied is meebewogen met de politiek-maatschappelijke ontwikkelingen en bestaat – zij het in andere vorm – nog steeds. De laatste zes hoofdstukken besteedt de auteur aandacht aan het protestlied vanaf de jaren negentig en hij laat zijn verhaal letterlijk in het nu eindigen: op de luisterlijsten waarmee hij elk hoofdstuk eindigt staan ook enkele nummers uit 2020. Om deze liedjes binnen de definitie van ‘protestliedje’ te laten passen moet Ham de definitie soms wat ver oprekken en zo nu en dan leunt hij sterker op de politieke context dan op de muziek, maar alles bij elkaar zet Ham een goed geschreven geschiedenis neer. Of het echt een tegendraadse geschiedenis is valt de betwisten, want vooral zijn invalshoek is uniek. Het eigenlijke historische narratief dat hij neerzet is vrij traditioneel.

Al met al zet Ham op treffende wijze de relatie tussen muziek en politiek uiteen en slaagt hij er aardig in protestliedjes uit de vergetelheid te trekken. Bovenal leest het boek fijn weg en zijn de thema’s zo gevarieerd dat er voor elk wat wils is.

De cover van het boek Op de vuist. Vijftig jaar politiek en protestliedjes van Laurens Ham. Bron: Uitgeverij Ambo Anthos. https://www.amboanthos.nl/boek/op-de-vuist/