Geen recht om te zeuren

Studenten zijn zeurkousen pur sang. De student staat altijd paraat als hij zijn onvrede mag spuwen over het onderwijs. Begeleid door een kakofonie van geklaag en gedonder wijst de student enkel naar de opleiding als grote schuldige, maar elke vorm van zelfreflectie ontbreekt. De student bestempelt de colleges al snel als ‘oninteressant’, betitelt de hoorcollegedocent als ‘een slecht spreker’ of ‘onkundig’ en heeft geen enkele moeite met het vinden van een (persoonlijk) punt van kritiek als het gaat om het functioneren van de werkgroepdocent. In het ergste geval gaat het hierbij om een persoonlijke aanval, waarin voornamelijk vrouwelijke docenten worden aangevallen op bijvoorbeeld hun ‘Leidse R’ of ‘saaie kleding’. Mij bekruipt dan ook langzamerhand steeds meer het idee dat studenten kleine kinderen zijn die slechts wijzen naar alles wat niet goed is en niet nadenken over de gevolgen van hun acties.

Deze houding van studenten, als passieve afnemer van het onderwijs zittend op een fluwelen kussen, ondermijnt de potentiële onderwijskwaliteit van ons departement. In een ongepaste vorm van arrogantie en met misplaatste noties als ‘de klant is koning’ en ‘wie betaalt, bepaalt’ wacht de student rustig af tot de opleiding hem iets interessants voorschotelt. Hij gaat compleet voorbij aan zijn eigen verantwoordelijkheid bij de totstandkoming van gedegen onderwijs. Bij gebreken heeft de student al snel de schuldige gevonden en begint dan ook  te wijzen naar de opzet van de cursus of de (missende) kwaliteiten van de betreffende docent.

Dat het departement langzamerhand klaar is met deze houding van de studenten is dan ook geen verrassing. Naar aanleiding van ongekend kritische en ronduit beledigende cursusevaluaties van de afgelopen blokken, is er binnen de wandelgangen van Drift 6 een debat ontvlamd over de toegevoegde waarde van cursusevaluaties in het huidige onderwijssysteem. Wat studenten vaak niet doorhebben is dat de bevindingen uit cursusevaluaties grote gevolgen kunnen hebben voor de carrière van (jonge) docenten en dat het uiterst pijnlijk kan zijn voor docenten als hun nieuwe cursus, die zij met passie en toewijding hebben opgezet, wordt gefileerd. Het neemt momenteel zelfs dusdanige proporties aan, dat er stemmen opgaan voor het op korte termijn afschaffen van anonieme vormen van cursusevaluaties als Caracal.

Naar mijn mening is het dan ook hoog tijd dat studenten zich bewust worden van hun eigen tekortkomingen. Het is in mijn ogen onrechtvaardig dat studenten hun kritiek op het onderwijs enkel neerleggen bij de opleiding, terwijl het juist de studenten zijn die het verschil kunnen maken. Studenten zouden zich bewust moeten zijn van hun onderwijsplicht als gelijke wederhelft in de co-creatie van goed onderwijs. Succesvol academisch onderwijs is in grote mate afhankelijk van de persoonlijke inzet van de student. Deze oproep gaat verder dan de simpele notie dat men zijn artikelen moet lezen voor de aanvang van het werkcollege. Studeren betekent namelijk  meer dan slechts doen wat de cursushandleiding de student voorschrijft. Het zou slechts het begin moeten zijn.

Ik ben dan ook sterk van mening dat studenten het recht van zeuren verliezen zolang zij deze stap voor zichzelf nog niet hebben gezet. Want wees als lezer nou eens eerlijk tegen uzelf: wanneer is de laatste keer dat u echt de volle voorgeschreven wekelijkse veertig uur  heeft gespendeerd aan uw studie? Wanneer is de laatste keer dat u een paper inleverde waarvan u hardop durfde te zeggen dat u er echt alles voor gegeven hebt? Wanneer is de laatste keer dat u, in een vlaag van natuurlijke interesse,  zelf besloot een vakinhoudelijk artikel naast de voorgeschreven literatuur te lezen?

Alleen als studenten zich weten los te vechten van hun passiviteit en zich bewust worden van hun significante rol in de totstandkoming van kwalitatief onderwijs, kan het onderwijs floreren. Actieve en zelfkritische studenten dragen bij aan een academische gemeenschap die verder reikt dan enkel de hoor- en werkcolleges. Alleen dan kunnen wij de beschadigde verhouding tussen student en docent weer herstellen en samen, zelfkritisch en belezen, bouwen aan beter onderwijs. Het is dus niet de docent, maar de student die aan zet is.

Studenten die deze opvatting niet met mij delen, zullen stellen dat studenten flink betalen voor een plek aan de universiteit en dat zij dan ook het recht hebben op goed onderwijs. In dat wereldbeeld kan je de universiteit het beste vergelijken met een winkel, waar men bij slechte service of goederen de overstap maakt naar de concurrent. Het leveren van kritiek in de cursusevaluatie is dan voor studenten een manier om hun onvrede te uiten en docenten te dwingen na te denken over een betere invulling van de cursus. Waar deze studenten echter aan voorbij gaan is het feit dat een docent pas een succesvolle cursus kan ontwerpen als hij kan uitgaan van kritische en participerende studenten die meer willen bijdragen aan de cursus dan enkel het behalen van een zesje. Waarom zou een docent immers studenten uitdagen zich verder te verdiepen dan de stof, als de praktijk uitwijst dat de voorgeschreven stof amper wordt gelezen en de opkomstpercentages van extra georganiseerde bijeenkomsten al tijden gering zijn?

Het is de taak van de student om te laten zien dat hij hart heeft voor zijn opleiding. Misschien moet hij er zelf aan worden herinnerd dat hij ooit geschiedenis is gaan studeren vanuit een intrinsieke motivatie voor het vakgebied. Dit is de kans van studenten om zichzelf te ontwikkelen en zo bij te dragen aan een uitdagende vorm van onderwijs waar wij allemaal van kunnen profiteren. Studenten moeten voorbij gaan aan het beschuldigende vingertje naar het departement wanneer het onderwijs niet deugt en moeten zelf hun schouders onder het onderwijs durven te zetten. Populistisch schreeuwen over alle gebreken van ons onderwijs moet plaats maken voor oprechte betrokkenheid. Zo kunnen docent en student elkaar inspireren om meer uit ons onderwijs te halen.  Zolang de student deze stap niet zet, verlies je mijns inziens het recht te zeuren.

~ Martijn Kool, uit jaargang 33 nummer 3

Advertenties