Pleidooi voor een studentenbeweging

Ook dit jaar heeft de Universiteit Utrecht weer te maken met bezuinigen. Zoals Marin Kuijt deze maand in zijn column schreef [1], krijgt het departement Geschiedenis en Kunstgeschiedenis een budgetvermindering van vijfhonderdduizend euro voor de kiezen. Voor ons relatief kleine departement is een dergelijk bedrag niet mals en de bezuinigingsmaatregelen zullen voelbare gevolgen hebben voor het onderwijs. Volgens Kuijt is zelfs voorgesteld om bij alle vakken het tweede werkcollege te schrappen. De bezuiniging past bij de neoliberale visie die de afgelopen jaren het onderwijsbeleid heeft gedomineerd. De primaire oorzaak van de bezuinigingen is namelijk de budgetberekening die de overheid baseert op de lage groei van het aantal studenten een aantal jaar geleden [2].

Discussie over de gevolgen van het onderwijsbeleid voor de geesteswetenschappen is niet nieuw, maar zolang een oplossing nog niet in zicht is, moeten we het debat levend houden. Niet alleen in onze, in de praktijk vrij wankele academische ivoren torens moet het debat gevoerd worden, maar ook het grote publiek moet erbij betrokken worden. Bij hen ligt immers in een democratisch land als het onze de bron van het mandaat voor het onderwijs.

In de dominante onderwijsvisie speelt ‘rendementsdenken’ een sleutelrol. Kennis staat daarbij in het teken van economische groei: we schatten de wenselijkheid van bepaalde diploma’s in op basis van hun verdienkracht. Toegepaste beroepen, zoals programmeur, ingenieur en scheikundige worden gelauwerd omdat ze bijdragen aan de groei van de economie en er vraag naar is vanuit het bedrijfsleven. Tegelijkertijd is er een zekere neerbuigendheid tegenover de Sociale wetenschappen en de Geesteswetenschappen[3]. Die worden regelmatig afgeserveerd als nutteloos of als ‘pretstudies’. Wanneer het nodig is om te bezuinigen, trekken de laatstgenoemden faculteiten daarom meestal aan het kortste eind.

Een ander gevolg van de neoliberale visie op onderwijs is de manier waarop universiteiten fondsen ontvangen van de regering. De universiteiten krijgen naast een vast bedrag ook geld voor de hoeveelheid nieuwe studenten en geleverde diploma’s. De rijksbijdrage neemt echter nauwelijks toe, waardoor universiteiten die de meeste studenten trekken en de meeste diploma’s leveren, een groter aandeel van het budget voor universitair onderwijs krijgen. [4] Deze concurrentie betekent in de praktijk dat de aantallen studenten sneller groeien dan de hoeveelheid geld voor onderwijs. De wedloop om studenten leidt dus tot tekorten op de begroting. Dit is extra problematisch voor de geesteswetenschappen omdat zij in al een kleinere ‘pot’ hebben om te verdelen.

Toch valt er een hoop te zeggen voor het belang van de geesteswetenschappen. Zeker nu westerse maatschappijen diep verdeeld zijn over thema’s als migratie en identiteit hebben we behoefte aan goed opgeleide, kritische burgers die in staat zijn om te gaan met lastige vragen over wat het betekent om mens te zijn en hoe mensen met elkaar omgaan. Dat biedt ook een antwoord op het impliciete vooruitgangsdenken dat in het onderwijsbeleid besloten ligt: niet alle maatschappelijke problemen kunnen worden opgelost met technische vooruitgang. De waarde van een opleiding is daarom niet alleen dat wat de markt ervoor biedt.

Willen we onze studies serieus nemen, dan mag er niet zoveel bezuinigd worden op onderwijs. De voorgestelde bezuiniging bij het departement Geschiedenis en Kunstgeschiedenis zou ernstig ten koste gaan van de kwaliteit van ons onderwijs. Hebben wij de twee werkcolleges in de week soms niet nodig? Een verdere vermindering van de studielast zou bijdragen aan het al bestaande imago van de geesteswetenschappen als ‘pretstudies’. Wie toegeeft en een college schrapt, loopt het gevaar de studie ook daadwerkelijk tot een pretpakket te reduceren. Het huidige financieringsmodel dreigt de geesteswetenschappen in een vicieuze cirkel van kwaliteitsverlies te storten.

Een aantal jaar geleden leidden forse bezuinigingen (op de geesteswetenschappen) aan de Universiteit van Amsterdam nog tot massale studentenprotesten, die culmineerden in de bezetting van het Maagdenhuis. Ook op andere plekken in het land volgden studenten en docenten het Amsterdamse voorbeeld. Zo werd er in Utrecht een serie grootschalige bijeenkomsten van de Nieuwe Universiteit georganiseerd. De beweging had enig succes, met name in Amsterdam waar een deel van het college van bestuur opstapte en er een commissie werd ingesteld om studenten en docenten meer inspraak te geven.

Inmiddels is het verzet alweer aardig gedoofd. Studenten lijken zich in de laatste maanden weinig te bekommeren om het lot van hun studies en de staat van de universiteit, ondanks het feit dat het nieuw kabinet een doorzetting en zelfs intensivering van het eerdere beleid voorstaat. Oprispingen komen voornamelijk bij de UvA vandaan, zo schreven vier Amsterdamse academici op 18 oktober j.l. een stuk in het NRC waarin ze pleiten voor een universiteit die los staat van de markt en staat, en waar kennis belangrijker is dan rendement [5]. Maar in Utrecht ontbreekt het voorlopig aan initiatieven.

Het is tijd voor de studentenbeweging om uit de as te herrijzen. Om de desinvestering van het geesteswetenschappelijk onderwijs tegen te gaan moeten we het financieringsmodel van het universitaire onderwijs aanklagen. Maar misschien nog wel belangrijker is dat geesteswetenschappers (in spé) respect en waardering moeten afdwingen voor hun vakgebied. We mogen niet toestaan dat onze studies worden uitgekleed en weggezet als pretstudies. Het is aan ons om het publiek, met petities, bijeenkomsten, demonstraties en andere middelen die voorhanden liggen, te overtuigen van de maatschappelijke waarde van de geesteswetenschappen.

~ Bart van Holsteijn, uit jaargang 33 nummer 1 

 

[1] Marin Kuijt, ‘spoken’ Aanzet column Blik op de drift (14 november 2017), https://aanzet.wordpress.com/2017/11/14/spoken/.

[2] Annelies Waterlander, Xander Bronkhorst, ‘minder studenten: alfa’s en gammas op de rem’ in DUB (4 oktober 2017), https://www.dub.uu.nl/nl/nieuws/minder-studenten-alfa%E2%80%99s-en-gamma%E2%80%99s-op-de-rem.

[3] Joost de Bloois, Yolande Jansen, Jan Overwijk, ‘dit regeerakkoord ondermijnt de universiteit als kritische vrijplaats’ in NRC (18 oktober 2017), https://www.nrc.nl/nieuws/2017/10/18/dit-regeerakkoord-ondermijnt-de-universiteit-als-kritische-vrijplaats-13554635-a1577688.

[4] Jos de Jonge, ‘inkomsten en prestaties Nederlandse universiteiten’ Rathenau instituut (14 juni 2017), https://www.rathenau.nl/nl/page/inkomsten-en-prestaties-nederlandse-universiteiten-onderwijs; Jasper Been, ‘Meer geld en docenten? Universiteiten moeten ook bij zichzelf te rade gaan’ in NRC (27 oktober 2017), https://www.nrc.nl/nieuws/2017/10/27/meer-geld-en-docenten-universiteiten-moeten-ook-bij-zichzelf-te-rade-gaan-13686639-a1578860.

[5] de Bloois, Jansen, Overwijk, ‘dit regeerakkoord’ (18 oktober 2017)

Advertenties