De wereld in beweging

Indewereld

In de wereld
Robert Anker
Querido, €19,99, 412 p. 
ISBN 9789021402994 

Op 20 januari overleed schrijver Robert Anker op de dag dat zijn nieuwe boek In de Wereld werd gepubliceerd. Anker won onder andere de Ferdinand Bordewijkprijs en de Herman Gorterprijs en was een gevierd dichter en literatuurcriticus.

De historische roman In de Wereld speelt zich grotendeels af tussen 1467 en 1500 in Vlaanderen. Bij de hoofdpersoon Joris de Neve wordt lepra geconstateerd. Voor deze meesterschrijnwerker betekent dit een onherroepelijke verbanning uit de samenleving. Pas wanneer de diagnose is gesteld, dringen de gevolgen tot hem door. ‘Vroeger, dacht hij, mijn hele leven is nu in één klap ‘vroeger’ geworden en een toekomst is er niet.’

Dat die toekomst er echter wel degelijk is, blijkt uit de vierhonderd pagina’s die volgen in wat het beste omschreven kan worden als een schelmenroman. Joris beleeft samen met zijn dochter Marike heldhaftige avonturen, die sterk doet denken aan oude epossen zoals de avonturen van Odysseus. Anker beschrijft werkelijk alle facetten van het leven, zowel de vrolijke als de melancholische. Joris komt langs de Amazones en een geïsoleerd vissersvolk, belandt in de kerkers van de Inquisitie, verkoopt laken in Italië en Ierland, verliest zijn dochter en vindt zichzelf terug bij de Leprozen Liga, een soort Robin Hood-organisatie van verschoppelingen. In het laatste hoofdstuk kijkt Robert Anker als Joris, dan bijna 70 jaar oud, terug op het leven. Er gaat een soort gelatenheid uit van zijn beschouwing, een soort berusting. Alsof hij niet alleen het verleden kon beschrijven, maar ook zijn eigen toekomst.

Anker schakelt makkelijk tussen diverse schrijfstijlen, vertellende personages en tijdsbeelden en als lezer vergeet je soms dat je jezelf in de Middeleeuwen begeeft. Verwijzingen zijn er onder meer naar Geert Wilders en vliegtuigstrepen in de lucht. Het verhaal overstijgt dan ook de grenzen van de tijd, zonder al te veel aan historiciteit in te boeten. De anachronismen die er zijn, worden zo subtiel gebracht dat ze niet voor fronsende wenkbrauwen zorgen.

Ondanks zijn hedonistische verwijzingen heeft Anker zijn historische kennis van de Late Middeleeuwen op een rijtje. Dit blijkt al uit zijn beschrijving van de intocht van Karel de Stoute in Gent. Daarnaast is de zorgvuldige lezer tegen het einde van het boek heel wat te weten gekomen over de organisatie van gilden, de positie van leprozen en andersdenkenden en de politieke verhoudingen in Noordwest Europa. Zelfs de indeling en maten van een schip komen voorbij. Anker verwerkt deze informatie echter niet als droge opsomming in zijn boek, maar weet het met zijn poëtische schrijfstijl leesbaar te houden.

Dat Robert Anker nog eens een schelmenroman zou schrijven is niet toevallig. In 2001 vertelde hij in een interview met de Volkskrant over zijn fascinatie met bepaalde zwervers. ‘Ik herkende de ontreddering in die man: er hoeft maar één draadje los te springen, en dan lig jij daar ook, in dat portiek.’[1] Een belangrijke bron voor het boek is ook Ankers levensfilosofie, namelijk dat het leven niet stilstaat, maar beweegt. Volgens hem moet je in de wereld staan en leven.

Het resultaat is, hoewel de lezer zich door het eerste hoofdstuk vol lange zinnen en bijvoeglijke naamwoorden heen moet worstelen, een erg vermakelijk boek, waarbij duidelijke verwijzingen worden gevonden naar het heden.

[1]Aleid Truijens, ‘Bijna ziekmakend realistisch’, de Volkskrant, 25 mei 2001, http://www.volkskrant.nl/archief/bijna-ziekmakend-realistisch~a592068/.

~ Rogier van der Heijden

Advertenties