De wereld zien zoals die werkelijk is

 

Door Marin Kuijt

Op de site van het Departement Geschiedenis en Kunstgeschiedenis staat de volgende passage: “Onze historici en kunsthistorici zetten zich in voor onderwijs en onderzoek op het gebied van Europa als wereldhistorische regio. Dat betekent aandacht voor Europa – nadrukkelijk in de context van de wereld, dus inclusief de Verenigde Staten, Azië, het Nabije Oosten en Afrika.”[1] De onderwijsagenda die hier samengevat wordt, is ons alle bekend en op het eerste gezicht lijkt het de agenda degelijk en wel onderbouwd. Europa is natuurlijk een legitiem object van onderzoek en met de geformuleerde methode lijkt ook weinig mis te zijn.

Tot dat we ons bedenken dat in de afgelopen twintig jaar extreem veel kennis, zowel linguïstisch als historisch, over “de context van de wereld” systematisch is wegbezuinigd. Tot voorkort weerklonken Perzische poëzie en Russische romans in de zalen van de Drift en konden studenten hier ook talen als Turks en Portugees leren. Zonder die talen kunnen we als historici die enorme regio’s nauwelijks meer begrijpen of onderzoeken. Als we hier bijvoegen dat in het eerstejaarscurriculum slechts één vak en in het tweedejaarscurriculum slechts één verdiepingspakket, van de zeven, systematisch de regio’s buiten Europa probeert te begrijpen; dan lijkt “de context van de wereld” wel erg hol en Europa eerder de enige historische regio. Geschiedenis verwordt zo te veel tot een studie van het bekende in plaats van het onbekende.

Zoals iedereen weet zet Utrecht momenteel hard in op de internationale betrekkingen en vooral bij deze studenten worden de schrijnende gevolgen van het Utrechts eurocentrisme duidelijk. Een deel van de komende generatie diplomaten komt ter wereld op de Drift. Maar hoe moeten zij de grote geopolitieke uitdagingen van onze tijd gaan oplossen zonder echt kennis en kunde te bezitten over Rusland of Iran? Internationale betrekkingen binnen Europees verband bestuderen is mooi, maar momenteel is het Nederlandse leger betrokken bij veertien missies buiten Europa en maar twee binnen Europa.[2] Studenten moeten zich dus ook afvragen hoe relevant hun opleiding in de praktijk is.

Gelukkig laten sommige geschiedenisstudenten in Utrecht zien dat een bredere blik en opleiding toch mogelijk is. Elk jaar weer zijn er historici in spe te vinden bij de minors Arabisch en Chinees. Daarnaast reizen sommigen af naar andere universiteiten om de taal, cultuur en geschiedenis te bestuderen van regio’s die hier irrelevant worden geacht. Maar het mooiste voorbeeld is misschien wel het succes van de Werkgroep Russische Geschiedenis Utrecht. Een werkgroep waar studenten hun kennis en liefde voor Russische geschiedenis proberen over te dragen aan geïnteresseerde medestudenten. De meerderheid van de studenten houdt zich hier echter, bewust of onbewust, niet erg mee bezig. Dat zou moeten veranderen. Idealiter zouden studenten naast dat andere bekende mantra ook de volgende woorden moeten adopteren als hun lijfspreuk: ‘de wereld zien zoals die werkelijk is’. De wereld draait niet alleen om Europa en Europa wordt, en is, ook gevormd door de gebieden die wij hier nauwelijks meer bestuderen. Met ons eurocentrisch curriculum kunnen we dus grote delen van Europa niet meer begrijpen. Om aan deze paradox en de andere problemen die ik geschetst heb te ontsnappen hoeven we alleen maar oprechte interesse op te brengen voor de geschiedenis van gebieden die niet binnen een straal van 500 kilometer hier vandaan liggen. Dat zouden we toch moeten kunnen?

[1] “Over ons”, Departement Geschiedenis en Kunstgeschiedenis, Universiteit Utrecht, bezocht: 9/9/2017, https://www.uu.nl/organisatie/departement-geschiedenis-en-kunstgeschiedenis/over-ons.

[2] “Huidige missies”, Ministerie van Defensie, bezocht: 9/9/2017, https://www.defensie.nl/onderwerpen/missies/huidige-missies.

 

Marin Kuijt is 19 jaar en studeert geschiedenis en filosofie. Hij is tevens lid van de Opleidingscommissie Geschiedenis. Binnen de geschiedenis gaat zijn interesse uit naar cultuurgeschiedenis en theoretische geschiedenis.
 
Voor vragen en/of opmerkingen over de column kunt u mailen naar redactie.aanzet@gmail.com

 

Advertenties