Deze woorden zijn partijdig

 

Taal is een essentiëel onderdeel van menselijke interactie; vrijwel altijd verloopt communicatie via dit in ons zijn ingeprente tussenmedium. Vraag het aan de eerste persoon en die zal hoogst waarschijnlijk beamen dat hij of zij in woorden denkt. In discussies over nationaliteit is taal een groot en beladen onderwerp – de Nederlandse taal wordt gezien als een onlosmakelijk onderdeel van de Nederlandse cultuur. In (ook recente) nationalistische sferen wordt taal dikwijls aangehaald als een groot cultureel goed, een medium dat beschermd moet worden. De huidige taalcultuur in Nederland is hierop ingericht; grote woordenboeken en taalinstituten leggen vast wat ‘officiële’ en ‘geaccepteerde’ taal is. Taal wordt gezien als iets statisch, en meestal als overwegend neutraal.

Op zijn minst is taal een medium van communicatie, een manier om menselijk contact te bevorderen. Op zijn meest geprezen is taal een esthetisch middel tot expressie (denk poëzie) of een trots cultureel erfgoed. De tekortschietingen van taal worden echter ook sinds de hoogtijdagen van het postmodernisme aangehaald – en dit is, zeker in een tijd van neonationalisme, populisme, en verhit debat over nationaliteit en cultuur, meer nodig. Taal zegt namelijk veel over een cultuur – ook over de ingebakken vooroordelen die men liever niet zou horen.

Invloedrijke denkers als Michel Foucault, modernistisch toonaangever en vader van het postmodernisme, schreven al over taal. Volgens Foucault is taal iets dat voortkomt uit de machtsverhouding van diens discours. De orde van dingen is op een bepaalde manier ingericht; hieruit ontstaat een toonaangevende stroming van ‘waarheid’. Zo was in het 15e-eeuwse Nederland het Christendom een dominante waarheid. Inmiddels kan wetenschap (en in het specifiek Westerse wetenschap aanspraak maken op het zijn van een waarheid in ons huidige sociale discours. Taal is een reflectie van deze waarheid; taal ontwikkelt zich naar de ontwikkeling binnen het discours.

Dit is dan ook de reden dat krampachtig behoud van taal als ‘cultureel erfgoed’ en trots product van onze maatschappij loos is. Het grammar nazi-achtige vastklampen aan taalregels schiet tekort aan de liquide natuur van taal – zodra taal verandert, is dit automatisch omdat oude taalregels schijnbaar niet meer voldoen om de huidige sociale situatie accuraat en compleet te beschrijven. Juist omdat taal veranderlijk is, kan het gevaarlijk zijn om taal te zien als een statisch en neutraal goed. Dat dit niet het geval is, zullen we aantonen in de volgende casus: die van seksisme in de Nederlandse taal.

Dat het Nederlands seksistische elementen bevat, blijkt uit vele voorbeelden. “Jij hebt ballen”, zeg je tegen iemand die iets gewaagds onderneemt. Want ballen – genitalisch symbool van mannelijkheid – kunnen gelijk worden gesteld aan moed in ons huidig taalbestek. “Jij bent echt een wijf”, zul je wel eens opvangen uit een gesprek van dat groepje lacherige jongens in de kroeg. Want iemand vergelijken met een vrouw is natuurlijk een middel om hem naar beneden te halen. “Wees een man”, kan je dan ook wel zeggen.

Ook in de vervoegingen van zelfstandige naamwoorden wordt er veelal uitgegaan van het mannelijke. Een boer is de basis, de stam, de kern van het woord; een boerin is een vervoeging. Een koning is de eerste uitgang van het woord; pas na een taalkundige toevoeging heb je een koningin. Je hebt het over een gitarist als je het hebt over een man – of het beroep in het algemeen. Pas als een gitarist een vrouw blijkt te zijn wordt ze een gitariste. Maar de standaard uitgang is in eerste instantie mannelijk. Dit geldt ook voor de brandweerman, de politieman, de weerman. De termen ‘slet’ en ‘hoer’ worden dan weer niet gebruikt voor mannen – maar wel al te vaak voor vrouwen.

Natuurlijk kunnen al deze taalgebruiken worden gezien als incidenten; op ieder voorbeeld is vast en zeker een nuancering aan te brengen. Maar waar het om gaat, is het feit dat al deze voorbeelden bij elkaar opgeteld een totale sfeer vormen waarin seksisme – al is het maar onderbewust, en al is het niet zo ernstig bedoeld – wordt genormaliseerd. Dit is iets waar te weinig stil bij wordt gestaan – en op die manier blijven deze taalkundige vooroordelen in stand.

Noot: Wij vonden het opvallend dat tijdens onze zoektocht naar inspiratie bleek dat de eerste Google-suggestie voor “seksistisch…” de zoekopdracht “seksistische moppen” is.

Advertenties