Cursiefje

De kranten staan er altijd vol mee, wij schrijven er maandelijks één voor jullie, en zelfs Willem Holleeder kreeg er in de Nieuwe Revu een plekje voor: we hebben het natuurlijk over het fenomeen van ‘de column’. Maar wat is een column? Wat ben je nu eigenlijk als columnist? En sinds wanneer zijn dit soort stukjes opinie een ding? In een column vol zelfreflectie zoeken wij dat uit.

Wikipedia (de enige echte bron van kennis, zoals jullie maar al te goed weten) geeft de volgende definitie van de columnist:

“de columnist of columniste is een publicist met een vaste plek in een krant, een weekblad, bij de radio of op een website. De aard van columnisten loopt uiteen: sommige columnisten zijn opiniemakers, anderen zorgen louter voor verstrooing.”[1]

Tja. Zélfs Wikipedia lijkt geen grip te kunnen te krijgen op de rol die een columnist heeft in de maatschappelijke orde. Het scala van zowel de platformen als de ‘aard’ van de onderwerpen is dan ook groot en wijdverspreid. In deze “definitie” wordt de columnist helemaal niet gedefiniëerd. De enige overeenkomstige factor tussen columnisten lijkt de vaste plek in het medium van krant of tijdschrift te zijn – maar dat zijn bijvoorbeeld de secties van “Sport” of “Economie” in de kranten ook. Niet echt een onderscheidende factor dus. Bovendien weten we dan nog steeds niets nieuws over de specifieke rol van de columnist.

Toch heeft iedereen wel een idee van wat een columnist doet. Toen wij erover gingen nadenken, kwamen we dan ook op het volgende uit: een column is bovenal een uiting van de persoonlijkheid van de auteur of auteurs. Dit verklaart ook waarom de column overal over kan gaan, en in het algemeen niet binnen een bepaald kader van onderwerpen wordt geschreven. Zeker columnisten in grote kranten krijgen heel veel vrijheid (zo niet alle vrijheid) om te schrijven waarover ze willen. Wellicht schrijft Arnon Grunberg morgen in de krant wel dat hij zo’n lekkere boterham met pindakaas gegeten heeft. Dat kan en mag hij doen en doet niets onder aan de column an sich. Ondanks dat schrijft hij wel voor een bepaald publiek en via een bepaald medium, waardoor de column toch al gauw in een bepaalde hoek wordt geduwd. Voor ons is het zodoende belangrijk met een historische en kritische kijk te schrijven. Dat wordt verwacht bij het Historische Tijdschrift Aanzet.

Laten we daarom eerst beginnen bij de historische oorsprong van de column. De term werd oorspronkelijk vooral gebruik voor klassieke architectonische zuilen. Later werd ‘column’ een meer algemeen begrip voor een verticale indeling. Zo werd de term vervolgens geïntroduceerd als synoniem voor de verdeling in verticale rubrieken in 18e eeuwse Engelse kranten. [2] Vaak ging het hier om een stukje krant waarin een redacteur een soort voetnoot plaatste bij de inhoud van de nieuwe editie. Na verloop van tijd werden deze columns door de redacteuren steeds meer aangegrepen om hun onversneden mening naar buiten te brengen. In Nederland werd de term column pas rond 1970 ingevoerd, na een periode van toenemende verengelsing. Daarvoor werd het iets minder catchy klinkende woord ‘cursiefje’ gebruikt voor hetzelfde principe.[3] Het cursiefje werd bijna eigenhandig bedacht door Simon Carmiggelt, auteur, journalist en mede-oprichter van verzetskrant Het Parool. Een ‘column’ in Engelse of Amerikaanse stijl bestond daarvoor niet echt in Nederland. In een cursief gedrukt stukje krant (vandaar de naam ‘cursiefje’) sloeg Carmiggelt, beïnvloed door Anglo-Amerikaanse opiniestukken, een brug tussen zijn rol als journalist en zijn rol als schrijver. De functie van deze cursiefjes was volgens hem verslag doen van ‘avonturenrijk niemandsland’ dat zich ergens bevond ‘tussen het kleine nieuws en het bepaald onvermeldbare.’[4] In praktijk betrof dit een eclectische mengelmoes van traditionele journalistiek, Carmiggelts mening en literatuur. Carmiggelts werk sloeg aan. Na de Tweede Wereldoorlog kwam de journalistieke vrijheid en diversiteit van Nederland in een stroomversnelling. Carmiggelts concept bleek goed aan te slaan in het diverse, open, dikwijls ruzieachtige politieke en journalistieke klimaat en, hopla, tachtig jaar later is de column niet meer weg te denken uit het Nederlandse journalistieke landschap.

De column is een essentiëel onderdeel van een vruchtbare democratische samenleving zoals wij die kennen. Het feit dat journalisten de kans hebben hun ongezouten mening rond te strooien, korte verhaaltjes kunnen publiceren, kunnen schoppen tegen de schenen van het establishment of hun liefde kunnen betogen voor boterhammen met pindakaas is een opmerkelijk fenomeen, en niet weg te denken uit een wereld van diverse journalistiek.

Interessant is dat Wikipedia dan toch een essentiëel punt aanstipt. Sommige columns ‘zorgen louter voor verstrooiing.’ De term ‘louter’ kunnen ze misschien beter weglaten. Want in deze verstrooiende, ongrijpbare functie ligt de kern van de column; de column staat inmiddels zo volkomen los van een vaste vorm binnen de krant dat de inhoud van de column de krant in feite nuanceert en uitdaagt. De column relativeert de rest van het nieuws. Door de nadruk op opinie – en ja, verstrooiing – wordt de lezer uitgedaagd divers nieuws te verwerken en er zelf kritische vragen bij te stellen. Al was dit maar een lichte irritatie bij het feit dat Arnon Grunberg bijvoorbeeld pindakaas zonder nootjes prefereert, terwijl jij juist zo van pindakaas met nootjes houdt.

[1] https://nl.wikipedia.org/wiki/Columnist

[2] http://www.etymologiebank.nl/trefwoord/column

[3] Nicolaas Matsier, ‘Muiters tegen het etmaal. De decade van de column.’ In: Tom van Deel, Nicolaas Matsier, Cyrille Offermans (red.), Het literair klimaat 1970-1985, De Bezige Bij, Amsterdam, 1986, p. 131-132.

[4] Henk van Gelder, Carmiggelt. Het levensverhaal, Nijgh & Van Ditmar, Amsterdam 1999, 39.

Advertisements