Pleidooi voor een partijloze Senaat

De oprichters van het Nederlandse tweekamerstelsel zagen al dat de opkomst van ‘het volk’ niet altijd een positieve uitwerking heeft. Volgens Joram Schollaardt ligt de oorzaak hiervan in het steeds politieker worden van de Eerste Kamer. Volgens hem kan de politisering van de Eerste Kamer eenvoudig opgelost worden door haar politiek neutraal te maken. In dit artikel houdt hij een pleidooi voor een partijloze Senaat.

Met name de partijen aan de uiteinden van het politieke spectrum pleiten er steeds vaker voor om de wil van het volk direct in politiek beleid om te zetten. Individuele meningen kunnen via social media steeds eenvoudiger politieke debatten beïnvloeden. Het is voor een burger hiermee makkelijker geworden zijn boodschap aan politici over te brengen. De ‘opkomst’ van het volk heeft echter niet een louter positieve uitwerking. Toen Nederland verzuild was, kon iedereen zich aansluiten bij de standpunten van zijn zuil. Nu we in een geïndividualiseerde samenleving leven zijn ook de meningen geïndividualiseerd. Iedereen wordt geacht zelf een mening te vormen, maar zo eenvoudig is dat niet. Niemand heeft voldoende kennis voor een geïnformeerde mening over alle politieke beslissingen. Noodgedwongen varen we daarom op onze intuïtie, onze onderbuik, en vanuit dat perspectief lijkt elke genuanceerde oplossing van de regering halfbakken. Genuanceerde oplossingen van de regering lijken dan halfbakken. Dit zorgt voor onvrede en schommelende peilingen. Partijen nemen deze peilingen steeds meer serieus en schommelen daarom mee. Dit leidt tot instabiel beleid, wat vervolgens tot nog meer onvrede leidt. Om deze negatieve spiraal te doorbreken, zijn er controlemechanismen nodig die de volkswil directe invloed ontnemen. De Eerste Kamer is het ideale instituut om die rol te vervullen, maar die is op het moment volkomen gepolitiseerd. Dat probleem kan opgelost worden door de senaat partijloos te maken. Een technocratiseringsslag kan uitkomst brengen.

Bij de oprichting van het Nederlandse tweekamerstelsel aan het begin van de negentiende eeuw werd al ingezien dat een democratie controlemechanismen nodig heeft om de machtsbalans niet te veel naar één kant te doen slaan. De Eerste Kamer werd destijds gezien als controlemechanisme om de ‘volkse’ Tweede Kamer in toom te houden. Volgens historicus Bert van den Braak was de taak van de Eerste Kamer ‘het voorkomen van overijling bij de besluitvorming en “den troon omringen door een bolwerk waartegen alle partijen afstuiten”’.[1] De rol van de Eerste Kamer werd nog krachtiger gedefinieerd door de liberale minister Donker Curtius (1792-1864) die stelde dat: ‘…het nut eener Eerste Kamer (…), meer gelegen is in het voorkomen van het kwaad dan in het stichten van het goede’.[2] Zodoende is de Eerste Kamer een uiterst nuttig controleorgaan.  Het kan nog tijdens het wetgevingsproces ingrijpen en en de invoering van specifieke wetten blokkeren. Helaas faalt zij op dit punt.

Een politieke Senaat

Het probleem van de Eerste Kamer is dat zij steeds ‘politieker’ wordt. Zeker als de coalitie geen meerderheid heeft in de Tweede Kamer of slechts een kleine meerderheid in de Senaat, is de verleiding groot om beslissingen in de Senaat te sturen. De vraag is echter wat dan nog het verschil is tussen beide Kamers en wat het bestaansrecht is van de Eerste Kamer. Dat de Eerste Kamer momenteel niet optimaal functioneert, is ook binnen verschillende politieke stromingen doorgedrongen. Zo schrijft D66 in haar verkiezingsprogramma: ‘D66 wil de indirect gekozen Eerste Kamer afschaffen’.[3] De voorzitter van de Tweede Kamerfractie van de VVD, Halbe Zijlstra, vroeg zich in 2013 hardop af of het voortbestaan op de huidige manier nog wel wenselijk is: ‘Als de Eerste Kamer het politiek primaat van de Tweede Kamer continu gaat ondermijnen, dan krijg je een dubbeling van rollen. Dan heeft de Eerste Kamer geen toegevoegde waarde’.[4]

Het politieker worden van de Eerste Kamer werd helemaal duidelijk toen voorzitters van de Eerste Kamerfracties met elkaar in debat gingen.

Het politieker worden van de Senaat wordt steeds minder verborgen voor het publiek. Zo gingen de voorzitters van de Eerste Kamerfracties voorafgaand aan de Provinciale Statenverkiezingen van 2015 met elkaar in debat, zowel bij Radio 1 als bij Nieuwsuur.[5] Eerste Kamerleden zelf winden er geen doekjes om. Tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen van de Senaat in verweet mevrouw Faber-van de Klashorst van de PVV de rest van de Eerste Kamerleden ‘nepvolksvertegenwoordigers’ te zijn.[6] In een hier op volgend interruptiedebat zei Roel Kuiper, fractievoorzitter van de ChristenUnie, ‘hier met een mandaat van mijn kiezers [te staan]’.[7] Beide uitspraken zijn opmerkelijk, omdat de Senaat de kiezers helemaal niet vertegenwoordigt. Het dient slechts de wetten van het direct gekozen volksparlement, de Tweede Kamer, te controleren. Leden van de Eerste Kamer worden bovendien getrapt gekozen via de Provinciale Staten. Er is geen sprake van een volksmandaat of een directe achterban. Hoe groot de invloed van politieke partijen op senatoren is, bleek eind 2014 toen Adri Duivesteijn, Eerste Kamerlid voor de PvdA, samen met twee andere ‘dissidenten’ (een veelzeggende karakterisering) de Zorgwet van minister Edith Schippers (VVD) wegstemde. Vicepremier en partijgenoot Lodewijk Asscher probeerde hem vervolgens persoonlijk te overtuigen alsnog overstag te gaan om een kabinetscrisis te voorkomen.[8]

De controlerende taak van de Eerste Kamer staat dus onder druk en daarmee ook haar bestaansrecht. De Tweede Kamer heeft meer wetgevende instrumenten, maar beide Kamers hebben evenveel controlebevoegdheden.[9] Het is van belang de Senaat fundamenteel van de Tweede Kamer te laten verschillen. Laatstgenoemde is uitstekend in staat het volk te representeren en de Senaat moet er dan ook niet naar streven op basis van een volksmandaat te handelen. Ze moet wetten op hun merites beoordelen en is bedoeld als controlemechanisme. Helaas is de Eerste Kamer onder invloed van partijen te politiek geworden. Senatoren lijken te vergeten wat hun rol is. Dit leidt ertoe dat de Eerste Kamer op dit moment geen medicijn is tegen de ‘volatiele volkswil’, terwijl ze dat wel zou moeten zijn. Hier moet verandering in komen.

Een partijloze Senaat

De politisering van de Eerste Kamer kan eenvoudig opgelost worden door haar politiek neutraal te maken: geen partijen in de Senaat, maar individuele professionals. Hoe moeten deze partijloze senatoren dan gekozen worden? Hiervoor zou een systeem mogelijk zijn dat enige gelijkenissen met juryrechtspraak vertoont. Er zou een grote poule van professionals gemaakt kunnen worden die op basis van loting voor twee jaar worden gekozen. Door het hanteren van deze termijn kunnen ze zich enigszins inwerken, maar heeft dit geen ingrijpende gevolgen voor hun carrière. Door elk jaar de helft van de Senaat te vervangen wordt factievorming en belangenbehartiging ontmoedigd. Iedereen mag zich aanmelden voor deze landelijke poule van potentiële senatoren. Een toelatingscommissie moet beoordelen of de kandidaat in staat is wetten vanuit meerdere perspectieven te bekijken en rekening houdend met een bredere context tot besluiten kan komen. Zo kan de Senaat bestaan uit ambtenaren, juristen, wetenschappers, ondernemers, journalisten, enzovoort.

Geen politisering van de Eerste Kamer, maar individuele professionals die op basis van loting voor twee jaar worden gekozen.

Het ligt voor de hand dat dit voorstel door criticasters als elitair wordt weggezet, aangezien niet iedereen ervoor in aanmerking komt. Het is in feite echter inclusiever dan het huidige systeem, want iedereen kan zich aanmelden. Een lange politieke carrière is niet langer een vereiste, competenties zijn leidend. Voor de kwaliteit van onze politieke besluitvorming is het wenselijk dat onze wetten beoordeeld worden door mensen met een brede blik. Mensen die deze wetten in een breder perspectief kunnen zetten om goed geïnformeerd tot juiste beslissingen te komen.

Dit nieuwe systeem kan nog verder uitgebalanceerd worden door binnen de Senaat commissies samen te stellen. Een arts kan zich bijvoorbeeld aanmelden in de categorie gezondheidszorg. Bij het loten is het dan mogelijk dat hij als senator in de commissie Zorg en Welzijn terecht komt. Zo kunnen ook commissies als Financiën en Onderwijs worden ingesteld. Dit voorkomt dat er te weinig specialisten of ervaringsdeskundigen op een bepaald gebied in de Senaat zitten. De commissies zouden eventueel de rest van de Eerste Kamer een stemadvies kunnen geven. Om elke commissie uit voldoende leden te laten bestaan is het wellicht nodig het aantal senatoren te verhogen.

 

Dat de opkomst van ‘het volk’ niet een louter positieve uitwerking heeft, zagen de oprichters van het Nederlandse tweekamerstelsel al. De Senaat moet ontdaan worden van partijpolitieke banden, om zo weer tot meer inhoudelijke wetsbehandeling te komen. Het herstel van de Eerste Kamer als controlemechanisme perkt de macht van de ‘volkse’ Tweede Kamer in. Dit betekent ook een inperking van de macht van de soms grillige en onbestemde massa. Het blind volgen van de volkswil levert niet altijd de beste politieke beslissingen op en de Eerste Kamer kan op deze manier een wet (weer) volwaardig controleren vóórdat deze wordt ingevoerd. Dit betekent dat in het steeds onstuimiger wordende politieke klimaat makkelijker om de klippen heen gevaren kan worden.

 

[1] Bert van den Braak, De Eerste Kamer: geschiedenis, samenstelling en betekenis 1815-1995 (Den Haag 1998) 14.

[2] Van den Braak, De Eerste Kamer, 14.

[3] D66, ‘Verkiezingsprogramma D66 voor de Tweede Kamer, 2012-2017’ (juni 2012), https://d66.nl/content/uploads/sites/2/2014/05/verkiezingsprogramma-d66-2012-2017.pdf (geraadpleegd 25 maart 2015).

[4] Paul Jansen en Wouter de Winther, ’Senaat met grillen liever afschaffen’, De Telegraaf, 19 april 2013, http://www.telegraaf.nl/binnenland/21493214/___Zijlstra___Grillig _senaat_ afschaffen___.html (geraadpleegd 21 oktober 2015).

[5] NOS, ‘Wat doet de NOS met de statenverkiezingen?#PS15’ (23 februari 2015),  http://nos.nl/artikel/2020944-wat-doet-de-nos-met-de-statenverkiezingen-ps15.html (geraadpleegd 22 oktober 2015).

[6] Stenogram Eerste Kamer, ‘Voortzetting Algemene politieke beschouwingen’ (13 oktober 2015), https://www.eerstekamer.nl/stenogramdeel/20151013/voortzetting_algemene_politieke (geraadpleegd 22 oktober 2015).

[7] Stenogram Eerste Kamer, ‘Voortzetting Algemene politieke beschouwingen’.

[8] Carlien Vis, ‘Asscher praat met Duivesteijn over oplossing zorgconflict’ (18 december 2014), http://www.nrc.nl/nieuws/2014/12/18/asscher-praat-met-duivesteijn-over-oplossing-zorgconflict (geraadpleegd 23 oktober 2015).

[9] Frank de Vries, De staatsrechtelijke positie van de Eerste Kamer (Deventer 2000) 345.

Advertisements