Artikel 23

Jongrikmetse historicus en schrijver Rik Mets schrijft maandelijks op de website van Aanzet in zijn column Mets aan zet over geschiedenis en actualiteit.

‘Hij wil het onderwijs ontdoen van identiteit,’ stelde ChristenUnie-kamerlid Eppo Bruins vorige week in Trouw. Bruins reageerde op een initiatief van staatssecretaris Sander Dekker, die de ‘vrijheid van richting’ in artikel 23 van de Nederlandse Grondwet, waarin de vrijheid van onderwijs geregeld is, wil ‘moderniseren’.  Volgens Dekker is het onderwijs immuun gebleven voor de secularisering van de laatste decennia, en is het hoog tijd dat daar iets aan gedaan wordt.

Dit plan is funest voor het Nederlandse onderwijs. Het kan desastreuse gevolgen hebben voor bijzondere scholen: wat Dekker in wezen wil bereiken is de bescherming tenietdoen die het bijzonder onderwijs geniet.

Voor het recht op bijzonder onderwijs is eind negentiende en begin twintigste eeuw in de Schoolstrijd hard gevochten. De staatsschool, waarin kinderen van allerlei levensbeschouwelijke achtergronden werden gemengd, was in de negentiende eeuw de norm. Orthodoxe christenen, en later ook de katholieken, verzetten zich hiertegen: ze eisten eigen onderwijs. De Pacificatie van 1917 bracht uitkomst: bijzonder onderwijs kreeg in Nederland voortaan dezelfde rechten als het openbare onderwijs.

Nu, bijna honderd jaar later, begint Dekker aan deze regeling te morrelen. Doordat het verdwijnen van het begrip ‘vrijheid van richting’ verliest het bijzonder onderwijs haar beschermde positie. In de praktijk betekent dit dat ongeveer honderd scholen zullen verdwijnen. De meeste van deze scholen zijn overwegend klein: minder dan de helft heeft meer dan honderd leerlingen. Ze hebben echter elk een specifieke identiteit. Ouders maken bewuste keuzes voor gereformeerd vrijgemaakte, reformatorische, antroposofische of islamitische scholen. Deze keuzemogelijkheden zullen na de ‘modernisering’ van artikel 23 in veel gevallen niet meer bestaan.

Het voorrecht van het bijzonder onderwijs mag niet zomaar verdwijnen. Het is een groot goed dat scholen met een religieuze achtergrond zolang ruimte en steun hebben gekregen in Nederland. Deze ruimte en steun zullen wegebben, al zegt Dekker het niet met zoveel woorden. De staatssecretaris tornt aan de vrijheid van religie, omdat ouders bij het verdwijnen van bijzondere scholen gedwongen worden hun kinderen naar scholen met een andere grondslag te sturen.

Dekker springt zo wel erg onvoorzichtig om met de geschiedenis van het onderwijs in Nederland wanneer hij dit initiatief doorzet. Ook toont hij weinig respect voor de religieuze achtergrond van kleinere bevolkingsgroepen. Daarom pleit ik voor het behoud van artikel 23 in de huidige vorm. Laat het bijzonder onderwijs, waar zo lang voor gevochten is, in haar waarde. Om met Jan Slagter te spreken: ‘Er is al genoeg kapotgemaakt in dit land.’

Afbeelding: ‘Schoolstrijd tegen kiesrecht. In hinderlaag’ (1915) van politiek tekenaar Albert Hahn (1877-1918).

 

 

Advertenties