Pas op! Eieren.

Jongrikmetse historicus en schrijver Rik Mets schrijft maandelijks op de website van Aanzet in zijn column Mets aan zet over geschiedenis en actualiteit.

Het was een tijdje terug volop in het nieuws: het Rijksmuseum, hét museum voor onze nationale culturele trots, wil racistische en discriminerende onderschriften van schilderijen aanpassen. Woorden als ‘neger’, ‘wijf’ en ‘Hottentot’ zullen verdwijnen. Deze woorden zijn ‘niet meer van deze tijd’, aldus Martine Gosselink, hoofd afdeling geschiedenis van het Rijksmuseum.[1]

Dat ben ik helemaal met haar eens. Een donker of getint persoon kun je geen neger meer noemen, een vrouw geen wijf en een inboorling uit Afrika geen Hottentot. Nu vraag ik me eerlijk gezegd af of ik wel ‘inboorling’ mag schrijven: misschien had ik dat eerst moeten opzoeken. Ik hoop dat er geen boze brieven binnen zullen komen omdat ik het woord ‘inboorling’ nu al voor de derde keer heb gebruikt.

Het probleem is alleen dat het aanpassen van onderschriften van schilderijen totale onzin is. De werken komen uit een tijd waarin het gebruik van deze woorden normaal was, of we ons daar vandaag de dag nu voor schamen of niet. Er was in de zeventiende eeuw niemand die de straat op ging als een schilder een zwarte bediende had omgeschreven als ‘zwarte slaaf’. Maar, zegt het Rijksmuseum, de originele onderschriften blijven wel zichtbaar. De werken worden alleen omgedoopt. Gelukkig! De schijn van historische correctheid is gewaarborgd en er wordt niemand meer gekwetst.

Om jullie de waarheid te zeggen, het gaat mij niet om de onderschriften van schilderijen uit het Rijksmuseum. Het gaat mij om een veel groter fenomeen en dat is de panische angst waarmee er wordt omgegaan met bewoordingen die mogelijk als racistisch of discriminerend kunnen worden opgevat. Denk maar aan, ik durf het woord nauwelijks te gebruiken, de zwartepietendiscussie, of het vluchtelingendebat.

Iedereen lijkt wel op eieren te lopen. Sterker nog, boven sommige onderwerpen hangt een groot bord: Pas op! Eieren! Ga er vooral niet op staan, dan gaan ze stuk en dan krijgen we alle rotzooi over ons heen. Voor je het weet staat er een woedende menigte op je stoep, die boos is omdat je iets hebt aangepast of omdat je het juist niet hebt gedaan.

Ik doe niet aan goede voornemens, maar ik wens iedereen uiteraard het allerbeste voor 2016. Misschien brengt dit nieuwe jaar ons wel vrede op aarde, een bloeiende economie, een oplossing voor de vluchtelingenproblematiek of een beter kabinet. Maar weet je wat ik echt hoop? Dat we in 2016 niet meer zo overspannen zullen doen over de eieren. Een beetje humor zou ons goed doen, om met de schrijver Amos Oz te spreken.[2] Misschien kunnen we in het nieuwe jaar wel een beetje lachen om de eieren.

Afbeelding: het Rijksmuseum in Amsterdam. Bron: Wikimedia Commons

[1] Henny de Lange, ‘“Neger” mag niet meer in het Rijks’, Trouw, 9 december 2015.

[2] VPRO, Buitenhof, 15 november 2015.

Advertenties