De zoektocht naar het verloren schaakspel

Afbeelding 1: Gauvain in gevecht met Yvain, zoals beschreven in Chrétien de Troyes’s Yvain, le Chevalier au Lion. Wikimedia Commons

De zoektocht naar het verloren schaakspel. Gwyddbwyll en schaak in de Middeleeuwse Arthurliteratuur

‘En Peredur kwam bij het fort, en de poort naar het fort was open. En toen hij bij de hal kwam, was de deur open. Toen hij binnenkwam, kon hij gwyddbwyll zien in de hal, en elk van de twee partijen spelend tegen de ander.’[1]

Het spel gwyddbwyll is een veelvoorkomend voorwerp in de Middeleeuwse Welshe literatuur. Hoewel er veel onduidelijkheden zijn over hoe het spel gespeeld werd, is ervan bekend dat het gespeeld werd met pionnen op een speelbord en, net als het spel schaak, verband houdt met oorlogvoering en tactiek.[2] Hoewel de spellen schaak en gwyddbwyll niet hetzelfde zijn, worden ze in de literatuur vaak als equivalent van elkaar beschouwd.

Het woord gwyddbwyll wordt anders uitgesproken dan je misschien zou verwachten. Leer over de dd-klank in deze tutorial op 1’43”.

          Een bekend onderzoeksveld in de Middeleeuwse Welshe literatuur is de mabinogionfrage. Het houdt zich bezig met de verhouding tussen drie Welsh Romances rondom koning Arthur en drie vrijwel identieke verhalen van de Franse auteur Chrétien de Troyes (fl. 1160-1185). De Welshe verhalen, geheten Peredur ab Efrawg; Owain, neu Iarlles y Ffynnon en Geraint ac Enid (Peredur zoon van Efrawg; Owein, of de Dame van de Fontein en Geraint en Enide), zijn voor het eerst opgeschreven in het handschrift Peniarth MS 4, ca. 1325, maar komen voort uit een oudere orale overlevering. De Franse verhalen, geheten Perceval, le Conte du Graal; Yvain, le Chevalier au Lion en Erec et Enide, stammen uit het eind van de twaalfde eeuw. Hoewel niet duidelijk is hoe de ontstaansgeschiedenissen van deze verhalen zich tot elkaar verhouden, zijn de overeenkomsten overduidelijk en is een verband tussen de teksten onvermijdelijk.[3]
          In het verhaal over Peredur komt het spel gwyddbwyll veel voor; Chrétien gebruikt in zijn Franse werk het spel schaak. Schaak komt in de Middeleeuwse continentaal-Europese Arthurliteratuur veel voor. Net als de Welshe Gwalchmai heeft in een Nederlands verhaal Walewein zijn eigen aanvaring met een schaakbord, de bekende geliefden Tristan en Isolde worden verliefd op elkaar tijdens een spelletje schaak en zelfs Lancelot stuurt Guenevere een magisch schaakbord.[4] Het is daarom opmerkelijk dat schaak in het bekende en invloedrijke Morte D’Arthur van de vijftiende-eeuwse Engelse edelman Thomas Malory (gest. 1471) vrijwel niet voorkomt, zeker niet in relatie tot Gawain, Perceval en Lancelot. De enige keer dat schaak in Malory’s werk gevonden wordt is in een verhaal over Tristan en Isolde. Waarom is de aanwezigheid van het spel schaak verdwenen in dit werk, terwijl het in eerdere versies van de verhalen die in de Morte D’Arthur zijn opgenomen juist zo veel voorkomt?

Gwyddbwyll in literaire context
Om te beginnen is het belangrijk om de rollen die schaak en gwyddbwyll in Middeleeuwse literatuur spelen te bekijken. Omdat deze twee spellen niet volledig hetzelfde zijn, is het niet verbazingwekkend dat die rollen van elkaar verschillen.
Gwyddbyll heeft een belangrijke politieke rol. In zijn hoedanigheid als een van de Thirteen Treasures of Britain, mythische voorwerpen die een held kan verkrijgen op zijn zoektocht naar soevereiniteit, kan een gwyddbwyll-speelbord gekoppeld worden aan de soevereiniteit van het land. Leiders het spel laten spelen kan voor de verteller een manier zijn om hun macht te legitimeren. Aangezien het spel de speler ook zou vervullen van kennis en verlichte ideeën is het perfect om het beeld van een ware koning mee te scheppen.[5]
          Als verteltechniek kan gwyddbwyll worden ingezet op keerpunten in een verhaal. Het verhaal Peredur is hier een uitstekend voorbeeld van: wanneer Peredur een speelbord in een meer gooit wordt hij gedwongen om een queeste te ondernemen om het bord terug te halen. Deze queeste vormt een nieuw deel van het verhaal. In Breuddwyd Rhonabwy (De droom van Rhonabwy) is het spel een manier waarop het verhaal zich ontwikkelt.[6] Gwyddbwyll wordt herhaaldelijk gespeeld en in elke spelronde zwellen de gebeurtenissen rondom het spel op, waardoor de ontwikkeling van het verhaal interessant blijft. Het spel krijgt een bijna magische rol op het moment dat het direct invloed lijkt uit te oefenen op de gebeurtenissen die tegelijkertijd op het slagveld plaatsvinden.[7]

Schaak in verschillende rollen
Voor het spel schaak kunnen grofweg vier betekenissen gevonden worden. Ten eerste draagt het bij aan de verbeelding van een personage. Schaak was net als paardrijden en de jacht deel van een hofcultuur, en werd gezien als een van de zeven ridderlijke vaardigheden.[8] Zowel mannelijke als vrouwelijke personages worden bewonderenswaardiger als ze het spel machtig zijn. [9]
          Een tweede rol die schaak kan spelen is een politieke. Als een spel van oorlogsvoering wordt schaak vaak gebruikt als metafoor voor een strijd. Daarnaast kan een schaakspel gezien worden als een metaforische verbeelding van een samenleving. Het spel wordt zo een microkosmos waarin de pionnen op het bord bestaande politieke spelers vertegenwoordigen.[10] Op deze manier biedt het spel niet alleen een perspectief op de maatschappelijke positie waarin de hoofdpersoon zich bevindt, maar geeft het ook ruimte voor kritiek op ‘political organization, civic community, economic exchange and individual autonomy’.[11]
          Ten derde kan schaak deel uitmaken van een romantische ontmoeting. Deze betekenis vindt haar oorsprong in de praktische reden dat, aangezien schaak door twee spelers gespeeld wordt, het een manier was voor mannen en vrouwen om zonder toeschouwers met elkaar te communiceren. In de literatuur ontwikkelde het spel zich tot metafoor voor versierpogingen en verleiding.[12] Dit betekent echter niet dat het oorlogsaspect van het spel totaal vergeten werd. Schaak werd een erotische wedstrijd waarin, als het spel gewonnen was, de vrouwelijke speelster deel was van de prijs.[13] De erotische lading van schaak ontwikkelde zich verder in de vijftiende eeuw, toen een spelletje schaak de innerlijke strijd met de eigen seksuele verlangens begon voor te stellen. Het schaakbord ving de emoties van de twee geliefden en een overwinning in het spel betekende een overwinning op die verlangens.[14]
          Als laatste rol kan schaak functioneren als verteltechniek: schaakspellen kunnen op zichzelf een kleine vertelling binnen het grotere verhaal vormen.[15] Een spel wordt in dat gebruik vaak een metafoor voor een oorlog die gevochten wordt, of een erotische ontmoeting die op dat moment plaatsvindt. Opvallend daaraan is dat schaak in deze vorm vaak voorkomt op een keerpunt in het verhaal.[16]

Schaak wordt op een vergelijkbare manier gebruikt in de filmklassieker Het zevende zegel, regie ingmar Bergman, 1957. In The Guardian verscheen op 20 juli 2007 een korte recensie.

          Hoewel deze laatste functie er een is die ook te vinden is in gwyddbwyll, valt op dat de rollen van schaak en gwyddbwyll niet geheel dezelfde zijn. Een potentiële oorlogsgerelateerde betekenis is in beide spellen aanwezig. Een rol als legitimatie van macht is alleen te vinden in gwyddbwyll en alleen schaak wordt gebruikt als onderdeel van een romantische situatie. Hoewel hun betekenissen dus niet volledig overeenkomen worden de spellen in Peredur en Perceval uitwisselbaar gebruikt, zij het dat schaak een minder grote aanwezigheid heeft dan gwyddbwyll.

 

Gawain
Afbeelding 2: ‘Sir Gawaine the Son of Lot, King of Orkney’ door Howard Pyle. Wikimedia Commons

Peredur en Perceval
In Peredur komt gwyddbwyll drie keer voor. Peredur, de hoofdpersoon, is de eerste die het spel tegenkomt. Halverwege het verhaal wordt er van perspectief gewisseld en krijgt het personage Gwalchmei tijdelijk de hoofdrol. Wanneer Gwalchmei op een zeker moment de lakens deelt met een meisje worden de twee gestoord door haar broers, die haar ervan beschuldigen te intiem te zijn met de moordenaar van haar vader. Als de broers Gwalchmei proberen aan te vallen houdt hij hen, bij gebrek aan wapens, op afstand met een gwyddbwyllbord. Peredur komt, wanneer het verhaal vervolgens naar hem terugkeert, het spel voor de derde en laatste keer tegen wanneer hij het Fortress of Wonders bereikt en het bord in een meer gooit.[17]
          Chretién de Troyes gebruikt schaak slechts een maal.[18] In zijn Perceval komt alleen Gauvain, Gwalchmais evenbeeld, met het spel in aanraking. Deze situatie is vrijwel identiek aan de situatie in het Welshe verhaal: Gauvain bevindt zich in bed met een beeldschone vrouw en haar broers vallen binnen omdat hij hun vader vermoord zou hebben. Wederom is Gauvain niet in het bezit van wapens en verdedigt hij zich met een schaakbord.
In Perceval maakt Chrétien dezelfde perspectiefwisseling als in Peredur gemaakt wordt. Het verhaal begint bij Perceval en verschuift in het midden tijdelijk naar Gauvain, aangekondigd met de volgende woorden:

‘De Perceval plus longuemant
ne parole li contes ci,
einçois avroiz asez oï
de monseignor Gauvain parler
que plus m’oiez de lui conter.’[19, bevat vertaling]

Chrétien geeft hiermee duidelijk aan van plan te zijn in zijn verhaal terug te keren naar Perceval, maar dat punt wordt in het verhaal nooit bereikt. Voordat het plaats kan vinden komt het verhaal abrupt ten einde. Hierdoor komt Perceval in Chrétiens verhaal nooit terecht in het Fortress of Wonders en heeft hij daar geen aanvaring met een schaakbord.
Deze korte episode is wel te vinden in een van de voortzettingen op Chrétiens verhaal. In Parlesvaus, een dertiende-eeuws Frans Arthurverhaal, wordt de situatie waarin Gauvain het Fortress of Wonder binnenkomt en daar een schaakbord ziet wel beschreven. ‘In het midden van de hal was een hele hoge en weelderige bank, aan de voet daarvan was een beeldschoon en kostbaar schaakbord, met een vergulde rand ingezet met edelstenen’.[20]

‘Maidens clean and without spot’
Als de ontwikkeling van het verhaal doorgetrokken wordt van Chrétien naar Thomas Malory wordt duidelijk hoe de rol van schaak verder in belang afneemt. Malory heeft zijn verhaal indirect op dat van Chrétien gebaseerd, en aangezien Chrétien geen melding maakt van een schaakspel in Percevals verhaallijn is het niet vreemd dat Malory dat ook niet doet. Wel onverwacht is dat hij schaak ook niet noemt als hij schrijft over Gawain. In de Morte D’Arthur is te lezen dat Malory alleen over schaak vertelt in een verhaal over Tristan en Isolde. Dat is wellicht te verklaren door zijn aanzienlijk christelijkere versie van het verhaal van de zoektocht naar de Heilige Graal.[21]
          Malory verwerpt wereldse rijkdommen en verheerlijkt in plaats daarvan de spirituele rijkdom.[22] Beschrijvingen van wereldse tekenen van welvarendheid, zoals een gouden schaakbord, komen niet direct overeen met een bescheiden vorm van spirituele ridderlijkheid. Nog verwerpelijker is de functie van schaak als symbool van erotiek die Chrétien hanteert door, direct na het beschrijven van een liefdesscene, Gauvain zich te laten verdedigen met een schaakbord. Malory verbindt kuisheid juist met zijn vorm van christelijk ridderschap; maagdelijkheid wordt veel geprezen en vaak benoemd.[23]  Hij schrijft bijvoorbeeld het volgende:

‘Sir Galahad and Sir Percivale, for they be maidens clean and without spot; and the third that had a spot signifieth Sir Bors de Ganis, which trespassed but once in his virginity, but sithen he kept himself so well in chastity that all is forgiven him and his misdeeds.’[24]

Concluderend
Deze korte studie in het motief van het schaakspel toont wederom aan dat er een sterk verband bestaat tussen de verhalen van Peredur en Perceval. De oorsprong van de teksten blijft onduidelijk; de mabinogionfrage blijft een frage. Wel duidelijk is dat latere teksten over de zoektocht naar de Graal voortbouwen op de versie van Chrétien en de Welshe teksten laten liggen. De afwezigheid van schaak in Malory’s werk is hier deels aan te wijten. In Frankrijk had schaak in de literatuur vooral een romantische of politieke betekenis. In de Welshe teksten komt die romantische associatie bij gwyddbwyll niet voor: het spel diende vooral als verteltechniek en verhaalontwikkeling. Deze traditie heeft Malory nooit bereikt. Omdat Chrétien schaak alleen gebruikt in relatie tot Gawain en het daar associeert met seksueel verlangen heeft Malory het spel uit het verhaal weggelaten. Seksualiteit was een thema dat Malory zo veel mogelijk probeerde te verwerpen, door zijn ideale ridders maagd te laten zijn. Per slot van rekening is de ridder die de Graal zal vinden ‘a clean virgin above all knights, as the flower of the lily in whom virginity is signified’ en niet langer een heldhaftige, schaakspelende verleider.[25]

Benieuwd geworden naar gwyddbwyll? Hoewel de exacte regels onbekend zijn kun je hier een benadering uitproberen.  

Auteur Kiki Calis (22) is masterstudent Middeleeuwen en Renaissance studies aan de Universiteit Utrecht. Haar interesse in Middeleeuwse literatuur piekt in het gebied van intertekstualiteit in Arthurverhalen. Met name de cursus From Taín to Tolkien, waarin het nachleben van Keltische motieven werd behandeld, bood nieuwe inzichten in relaties tussen continentaal-Europese literatuur en Keltische verhalen.

[1] Vertaling van mijn hand van S. Davies, The Mabinogion (Oxford 2007) 100: ‘And Peredur came to the fortress, and the gate of the fortress was open. And when he came to the hall, the door was open. As he entered, he could see gwyddbwyll in the hall, and each of the two sides playing against the other.’

[2] A. Kelder, De rol van fidchell en gwyddbwyll in verhalen in de Ulster Cycle en de Mabinogion (Scriptie Keltische Taal en Cultuur, Utrecht 2011) 6; O.R. Constable, ‘Chess and Courtly Culture in Medieval Castile: The “Libro de ajedres” of Alfonso X, el Sabio’, Speculum 82 (2007) 301-347.

[3] Davies, The Mabinogion, xi.

[4] Penninc en P. Vostaert, Roman van Walewein (Culemborg 1976); Constable, ‘Chess and Courtly Culture in Medieval Castile’, 324, 332.

[5] L. Dye, ‘The Game of Sovereignty’, Proceedings of the Harvard Celtic Colloquium 18/19 (1998/1999) 34-41, 37-38.

[6] A. Kelder, De rol van fidchell en gwyddbwyll in verhalen in de Ulster Cycle en de Mabinogion, 22-24.

[7] L. Dye, ‘The Game of Sovereignty’, 34.

[8] Constable, ‘Chess and Courtly Culture in Medieval Castile’, 301, 320.

[9] Ibidem, 329.

[10] S.M. White, ‘Lancelot on the Gameboard: The design of Chrétiens Charrette’, French Forum 2 (1997) 99-109, 103.

[11] J. Adams, Power play : the literature and politics of chess in the Late Middle Ages (Philadelphia 2006) 2.

[12] Constable, ‘Chess and Courtly Culture in Medieval Castile’, 323-324.

[13] T. Kerth, ‘Arthurian Tradition and the Middle Dutch “Torec”’, Arthuriana 17 (2007) 5-31.

[14] Adams, Power Play, 8,11.

[15] White, ‘Lancelot on the Gameboard’, 100.

[16] Constable, ‘Chess and Courtly Culture in Medieval Castile’, 303.

[17] S. Davies, The Mabinogion, 86, 96, 100.

[18] W.W. Kibler en R.B. Palmer, Medieval Arthurian Epic and Romance: Eight New Translations (Jefferson 2014) 160.

[19] Chrétien du Troyes, Conte du Graal, 6288-6292. In vertaling van W.W. Kibler: ‘The tale no longer speaks of Perceval at this point; you will have heard a great deal about my lord Gawain before I speak of Perceval again.

[20] Vertaling van mijn hand van Kibler, W.W. en Palmer, R.B., Medieval Arthurian Epic and Romance, 206: ‘In the middle of the hall was a very high and opulent couch, at the foot of which was a very beautiful and costly chessboard, with a gilded border inset with precious stones’.

[21] C. Batt, Malory’s Morte Darthur: Remaking Arthurian Tradition (New York 2002) 133-135.

[22] F. Tolhurtst, ‘Why Every Knight Needs His Lady: Re-viewing Questions of Genre and ‘Cohesion’ in Malory’s Le Morte Darthur’ in: Whetter K.S. and Radulescu, R.L., Re-viewing Le Morte Darthur (Cambridge 2005) 133-148, 117.

[23] Ibidem, 139.

[24] T. Malory en W. Caxton, LE MORTE D’ARTHUR: King Arthur and of his Noble Knights of the Round Table (1485) boek XVI hoofdstuk III.

[25] Ibidem, boek XVII hoofdstuk XVIII.

Advertenties