De passie van… Marijke Huisman

Vrouwengeschiedenis, slave narratives en schijnflex

Galata-torenDe historische passie van docente cultuurgeschiedenis Marijke Huisman ligt al in haar middelbareschooltijd bij de vrouwengeschiedenis. Later komen daar de interesse voor egodocumenten en, vooral, de liefde voor doceren bij. Aanzet spreekt haar over het ontwikkelen van historische interesses, de voor- en nadelen van op flexibele basis doceren aan verschillende universiteiten en over de historicus als gemankeerde acteur.

De nazomerzon schijnt fel op het raam als Marijke Huisman bij ons aanschuift om onder het genot van een kop koffie de week af te sluiten. Ze vertelt blij verrast te zijn met onze uitnodiging: zelf publiceerde ze als Utrechtse geschiedenisstudent een artikel over seksueel geweld in een eerdere jaargang van Aanzet. Meer tijd stak ze echter in Dynamiek, het inmiddels ter ziele gegane Utrechtse tijdschrift voor vrouwengeschiedenis, waarvan ze redactielid was. Haar studiejaren in Utrecht, van 1990 tot 1996, beschouwt Huisman dan ook als een ontplooiingsperiode, waarin de basis voor haar latere historische interesses en werkzaamheden is gelegd.

Inmiddels is het bijna twee jaar geleden dat Huisman door Ed Jonker werd gevraagd om aan de Universiteit Utrecht een zieke docent te vervangen bij de tweedejaarscursus Grondslagen van de geschiedenis. Het beviel: sinds dat moment verzorgt ze verscheidene cursussen van de afdeling cultuurgeschiedenis, waaronder Inleiding Geschiedwetenschap en Het Rijksmuseum. Ze zegt enigszins te doen te hebben met de eerstejaarsstudenten die ze in Utrecht doceert: haar eigen eerste studiejaar was veruit haar minst favoriete. Vooral bij de grootschalige hoorcolleges miste ze maatschappelijke relevantie en intellectuele uitdaging. De vrouwen- en ideeëngeschiedenis die haar grepen op de middelbare school kon ze pas uitgebreid onderzoeken na het behalen van haar propedeuse, waarvoor ze zich dus eerst door de oudere millennia van de geschiedenis heen moest worstelen. Toch gaf ze niet op en behaalde ze uiteindelijk haar doctoraal in Vrouwenstudies Letteren. Haar scriptie over evolutiedenken in het Nederlandse feminisme tussen 1913 en 1918 werd zelfs bekroond met de Johanna W.A. Naberprijs 1997.

Daarna lonkte de arbeidsmarkt: Huisman snakte naar een rol in de samenleving. Dat was, zoals voor veel historici, een sprong in het diepe. In eerste instantie werd ze, ‘zoals iedereen in die tijd’, werkloos. Haar tijd vulde ze onder andere met het schrijven van een boekje over Mata Hari, een wegens spionage gefusilleerde exotische danseres, als onderdeel van de serie Verloren Verleden. Daarnaast liep ze onbetaald stage bij de Amsterdam University Press, waar ze beeldredacteur was van een boek over honderd jaar vrouwenarbeid. Met een aantal los-vaste contracten op het grensgebied van vrouwengeschiedenis en public history achter de rug, besefte Huisman dat in deze sector nauwelijks geld te verdienen viel. Ze besloot haar horizon te verbreden en werd eindredacteur bij Vernieuwing. Tijdschrift voor onderwijs en opvoeding, een blad dat educatie beschouwde als middel tot maatschappelijke hervorming. Vanaf dat moment was het hanteren van een breed profiel kenmerkend voor de werkzaamheden van Huisman.

In haar zoektocht naar een passende volgende stap in haar carrière kwam Huisman in 2003 uit bij de Erasmus Universiteit, waar ze zich als promovenda concentreerde op historische egodocumenten – een voor haar geheel nieuw onderwerp. Ze promoveerde in 2008 met de dissertatie Publieke levens. Autobiografieën op de Nederlandse boekenmarkt, 1850-1918. Vooral de maatschappelijke invloed van veranderend historisch besef, die terug te vinden is in de negentiende-eeuwse egodocumenten, intrigeerde haar enorm.

In de vijf jaar die ze als promovendus doorbracht begon ze met doceren aan de universiteit. Eerst verzorgde ze alleen werkcolleges, maar tegen het eind van het traject gaf ze ook haar eerste hoorcollege. Tegen al haar verwachtingen in werd zo een nieuwe passie geboren. Met de nodige plankenkoorts stond ze voor een zaal studenten haar kennis over te brengen, wat verrassend goed ging. ‘Eigenlijk,’ zegt ze over het geven van hoorcolleges, ‘zijn historici dan toch een soort gemankeerde acteurs.’ Na het verzorgen van de eerste modules onderwijs aan de universiteit, denkt ze haar passie echt te hebben gevonden. Meer dan alles ziet ze de interactie met studenten als het meest inspirerende aspect van college geven. Daarbij streeft ze ernaar studenten te prikkelen om zich tot kritisch denkende burgers te ontwikkelen.

Na haar promotie in 2008 werd ze post-doctoraal onderzoeker aan het Center for Historical Culture van de Erasmus Universiteit, waar ze zich bezighield met een vergelijkende studie naar de interpretaties van slavenautobiografieën in Engeland, Amerika en Nederland tussen 1789 en nu. Na afloop van haar contract begon ze in 2013 aan verschillende universiteiten een scala aan onderwerpen te doceren. Opvallend genoeg zit gendergeschiedenis, vroeger haar voornaamste interesse, daar niet bij. Op dit moment is Huisman naast docent cultuurgeschiedenis aan de Universiteit Utrecht ook werkzaam als docent politieke geschiedenis aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Het doceren aan verschillende universiteiten heeft volgens Huisman voor- en nadelen. Ze beschrijft de ingewikkelde positie waarin zij zich bevindt als ‘schijnflex’: het brengt veel onzekerheid met zich mee en gaat vaak ten koste van het doen van onderzoek. De flexdocent heeft een onduidelijke status aan de universiteit, zowel in de vakgroepen van docenten als ten overstaan van studenten. Flexwerken, zo vertelt Huisman, is overleven: het is lastig om continu in de race te blijven en tegelijkertijd eigen onderzoek te blijven doen. Ze ziet echter ook voordelen. Het flexwerken op verschillende plekken biedt haar meer diversiteit, zowel in denkwijzen als soorten studenten, en zorgt ervoor dat ze niet vastroest. Het flexen geeft bovendien veel stof tot nadenken over de juiste vorm van geschiedenisonderwijs, met name over de traditionele opzet van het eerste jaar en de nog niet geslaagde pogingen om de Eurocentrische, politiek-historische ruggengraat van het curriculum te veranderen.

De historische passie van Marijke Huisman wordt gevoed door het willen overbrengen van kennis, en dan met name van maatschappelijk relevante informatie. Dat uit zich in haar voorliefde voor vrouwengeschiedenis en slave narratives, maar ook in de energie die ze steekt in het doceren van studenten door het hele land. Haar brede profiel ziet zij als een sterke eigenschap om overeind te blijven in de lastige realiteit van flexcontracten in de academische wereld. Dit collegejaar geeft Huisman voor het eerst college in een cursus publieksgeschiedenis, die deel uitmaakt van het masterprogramma cultuurgeschiedenis. Gek genoeg, zo stelt ze zelf, heeft ze zich daar nooit eerder grondig in verdiept. Terwijl de laatste slok koffie wordt opgedronken, mijmert Huisman wellicht een nieuwe passie te hebben ontdekt.

~ Remy Balistreri en Hidde Goedhart

Advertisements