De gekuste kater

De kat als symbool voor ketterij

beeldspraak

Historici doen hun onderzoek in stoffige archieven, waar ze eindeloos boeken, artikelen en andere geschreven bronnen lezen. Het kan echter anders. Ook schilderijen, sculpturen, films en allerlei andersoortige niet-tekstuele bronnen kunnen heel nuttig zijn voor historisch onderzoek. In Beeldspraak schrijft een docent van de Universiteit Utrecht over zijn of haar ervaring met onderzoek aan de hand van beeldbronnen. Ditmaal wordt dit gedaan door Bram van Hoven van Genderen, docent-onderzoeker bij de afdeling Middeleeuwen. Hij koos voor een typische afbeelding uit een zogenaamde Bible moralisée en vertelt over de symboliek die schuilt achter het kussen van de kont van een kater.

Studenten die bij mijn hoorcolleges zijn geweest, weten dat daar meestal geen gebrek aan plaatjes is. Integendeel: ik overtreed soms met genoegen alle ‘regels’ voor docenten door een stortvloed aan beelden over de onschuldige toehoorders annex toeschouwers heen te storten. Is dat verstandig? Soms niet, misschien zelfs vaak niet, maar er is nu eenmaal zo veel moois en interessants, dus je alleen tot je stem beperken? Zo ging dat immers in mijn eigen studententijd nog: twee uur een hoorcollege met niets anders dan een stem, een bord en een vel papier voor je.

Met poëzie of filosofische teksten kan ik niet zoveel , te moeilijk, iets in die geest. Muziek en afbeeldingen behoren echter tot de belangrijkste bronnen die ik ken. Waarom vind ik het dan toch zo moeilijk om iets voor dit stukje te bedenken? Natuurlijk, lembarras du choix; misschien wel een van de belangrijkste veranderingen van de afgelopen decennia is dat er zo belachelijk veel keus is. Ook is er nog de hoofdredacteur van dit blad die vroeg of het over ‘onderzoek’ mocht gaan. Dat is nou jammer: veel van mijn onderzoek draait om middeleeuwse archiefstukken en die leveren niet bepaald spannende afbeeldingen op.

Goed, over dieren dan maar charmant. Ik hoop nog eens tijd te hebben om een boek te schrijven over de hond door de eeuwen heen, en dus verzamel ik plaatjes daarvoor. Een van de aantrekkelijke kanten van dat onderwerp is dat je kan laten zien hoe anders houdingen, relaties en emoties door de eeuwen heen zijn geweest, en tegelijk hoe herkenbaar en direct aanraakbaar het verleden ook kan zijn. Probleem is dat sommige afbeeldingen in het zwart-wit van de Aanzet weinig meer dan een blur zouden opleveren.

Gelukkig zijn er alternatieven, al moeten we dan van de hond met zijn eeuwige trouw overstappen op de kat, een wispelturiger dier. Deze wordt lang niet zo vaak afgebeeld als de hond. We mogen zelfs concluderen dat de kat schromelijk wordt veronachtzaamd, omdat hij wel net zo vaak in en om het huis zal hebben rondgelopen als de hond. Soms werd de kat geschetst in zijn nuttige rol van bestrijder van muizen en ongedierte, maar vaker beeldde men het dier af in een zwartere rol, die heeft bijgedragen aan zijnreputatie als brenger van ongeluk en symbool van verderf. In die laatste rol ben ik de kat de laatste tijd tegengekomen bij het schrijven van een stuk over vervolging en ketterij. De slechte roep van de kat valt bijvoorbeeld goed af te lezen aan deze afbeelding uit het begin van de dertiende eeuw. Die vormt meteen ook een illustratie van het soms raadselachtige of vreemd aandoende karakter van sommige middeleeuwse voorstellingen: wat erop staat herken je, maar wat betekent het en waarom is het zo afgebeeld?

Ja, inderdaad, hier wordt een kater op zijn kont gekust. Opmerkelijk is wel dat de kater hier een lichte kleur heeft, maar de kussende mannen een donkere teint hebben. Normaliter zal het bijna altijd om een zwarte kater gaan, iets wat de reputatie van deze viervoeter geen goed heeft gedaan. Het is een merkwaardige illustratie die je zoals veel middeleeuwse afbeeldingen doet raden en nadenken, maar wel een met een inktzwart gedachtengoed en doorwerking. Hier is namelijk geen onnozel katje met wat verdwaasde dierenliefhebbers afgebeeld.

De afbeelding vormt het linker onderdeel van een medaillon met vier afbeeldingen, dat zelf weer deel uitmaakt van een groter geheel. De afbeeldingen zijn typerend voor de illustraties van bepaalde dertiende-eeuwse bijbels, de zogenoemde Bibles moralisées, die in hun afbeeldingen toelichting en commentaar geven op Bijbelteksten. Dit handschrift is in de jaren 1220 gemaakt in Parijs. De vier afbeeldingen illustreren de gevaren van ongelovigheid en afgoderij.

De kater staat symbool voor ketterij. In teksten uit deze decennia, geschreven door onder anderen de paus, komen we een hele rij beelden tegen die de initiatie van een ketter schetsen en aangeven hoe vreemd en gevaarlijk deze lui zijn. Zo beelden ze een grote, opgeblazen, slijmerige pad die ook moet worden gekust af en een lange, uitgemergelde, uitermate bleke man, vel over been en met pikzwarte ogen, die een ijzige kou verspreidt en ook wel bekend staat als de bleke neger. Ook wordt de zwarte kater afgebeeld. Hij staat op een zuil, is zo groot als een hond en moet door iedereen op zijn achterste gekust worden, waarna de kaarsen uit gaan en het donker wordt. Het ‘vuile werk van de ontucht’ begint tussen alle aanwezigen, mannen met mannen en vrouwen met vrouwen: ‘de afgrijselijkste aller misdaden’. Hosties worden geschonden en de ‘Meester’, Lucifer, verschijnt: zijn bovenlijf feller dan de zon, zijn onderlijf zo zwart als dat van de kater.

In de kern komt het erop neer dat de schepping geweld wordt aangedaan door tegen de ‘natuur’ in te gaan. Uit diverse bronnen worden in deze tijd draden gesponnen die langzaam in elkaar geknoopt worden. Demonen, afgodendienaars, duivelaanbidders en ‘sodomieten’, ofwel homoseksuelen, kunnen daarbij gekoppeld worden aan ketterij. De ketter is daardoor een verafgodende homoseksueel, en omgekeerd. Nog explosiever wordt het als andere tegen natuur of verstand ingaande groepen daarmee in verband worden gebracht, zoals Joden of Saracenen. Van daar is het nog maar een kleine stap om dit web uit te breiden of toe te spitsen op magiërs, tovenaars of vrouwen die het op een akkoordje met de duivel zouden hebben gegooid en eveneens de natuur geweld aandoen. De zwarte kater komt, als personificatie van de duivel, dan ook prominent naar voren op de heksensabbatten zoals die sinds het eind van de vijftiende eeuw werden verzonnen. Ook hier moest een kont worden gekust.

~ Bram van den Hoven van Genderen

Advertenties