Het archief: een uitdagende werkplek

Kaj van Vliet (links) overhandigt de Inventaris van het Archief van de Nederlandse Augustijnen aan Paul Clement, prior-provinciaal van de Nederlandse Augustijnen (rechts), OSA Bron: http://www.augustijnen.nl

Het archiefwezen heeft een wat stoffig imago en is misschien niet de werkplek die de meeste geschiedenisstudenten voor ogen hebben. Kaj van Vliet, Rijksarchivaris van het Utrechts Archief, denkt daar anders over: ‘Het archief heeft weinig met stof te maken, het heeft vooral te maken met informatie – ontzettend veel informatie’. Aanzet sprak met hem over de nieuwste ontwikkelingen in het archiefwezen, en welke rol de geschiedenisstudent hierin kan spelen.

Kaj van Vliet had tijdens zijn studie geschiedenis aan de Universiteit Utrecht niet de ambitie om in de toekomst als archivaris aan de slag te gaan. Hij begon in 1985 aan zijn studie, waarin hij zich specialiseerde in middeleeuwse geschiedenis. Na zijn afstuderen in 1991 deed hij eerst vervangende dienstplicht bij de bibliotheek van de Vrije Universiteit te Amsterdam, gevolgd door een promotieonderzoek naar vroege verstedelijking in de Nederlanden. Eenmaal gepromoveerd besloot hij het academisch onderzoek achter zich te laten: ‘het was behoorlijk dringen op de markt voor gepromoveerden’. Een vast dienstverband was maar voor een beperkt aantal jonge academici weggelegd. Toen Van Vliet de mogelijkheid kreeg een opleiding bij de Rijksarchiefschool te volgen hoefde hij niet lang na te denken: hij besloot om zijn heil binnen de archiefwereld te zoeken.

Sinds zijn aantreden is er veel veranderd in het archiefwezen. Van Vliet noemt digitalisering de belangrijkste ontwikkeling binnen de archiefwereld van de afgelopen decennia. Hij heeft zich dan ook veelvuldig over deze kwestie gebogen. Zo stond hij aan het hoofd van het project ‘De Archiefbank’. Dit is een online zoeksysteem voor archiefstukken, waarin de mogelijkheid bestaat om naast beschrijvingen ook scans van gearchiveerde documenten op te vragen. Dit digitale systeem biedt veel mogelijkheden. Van Vliet noemt als voorbeeld het archief van een reiziger die in de negentiende eeuw foto’s maakte in Japan. De foto’s zijn dankzij de digitalisering van het archief nu ook beschikbaar voor onderzoekers uit Japan, zonder dat ze helemaal naar Utrecht hoeven te reizen. ‘Het slecht veel drempels die er vroeger wel waren’. Toegankelijkheid is echter niet het enige voordeel dat digitalisering biedt. Digitalisering van archiefstukken kan ook de leesbaarheid van een document vergroten. Ingescande documenten kunnen zo bewerkt worden dat beschadigde of vervaagde gedeelten beter leesbaar worden. Ook biedt de website van het Utrechts archief bij het raadplegen van bronnen de mogelijkheid om vertalingen te bekijken.

De digitalisering heeft ook in bredere zin gevolgen voor het archiefwezen. Overheden worden verplicht gesteld om vanaf 2017 al hun informatie digitaal te verwerken en aan te bieden. Hierdoor zal het archiefwezen in de nabije toekomst veel meer digitaal materiaal te verwerken krijgen. Van Vliet ziet hierin een rol voor onze generatie geschiedenisstudenten: ‘Wij hebben heel hard mensen nodig om die slag te gaan maken. Er is ongelooflijk veel te doen op het gebied van informatiebeheer’. Tijdens het interview toonde Van Vliet oprechte interesse voor de ruimte die de studie geschiedenis biedt wat betreft vaardigheden op het gebied van digitale informatieverwerking. Hem is gebleken dat het aanleren van deze vaardigheden een ondergeschoven kindje was binnen de opleiding. In de afgelopen tijd heeft hij hierover regelmatig overleg gepleegd met de faculteit. ‘Ik mag hopen dat daar ook zaken aan het veranderen zijn’.

Toch onderschrijft Van Vliet ook het belang van de klassieke vaardigheden die binnen de studie geschiedenis aangeleerd worden. Hij gebruikt zelf nog dagelijks de kennis die hij opgedaan heeft tijdens zijn studie. De belangrijkste vaardigheid vindt hij de ervaring met bronnenonderzoek. Hij plaatst daarbij wel de kanttekening dat er voor vaardigheden als Latijn of paleografie binnen de opleiding steeds minder ruimte lijkt te zijn. ‘Ik denk dat we ook in de toekomst behoefte hebben aan historici die in staat zijn om de authenticiteit van informatie te checken, die terug kunnen naar de bronnen’.

In deze tijd van economische recessie is de positie van jonge historici op de arbeidsmarkt niet optimaal. Veel traditionele toekomstige werkgevers staan onder druk. Van Vliet schetst een positiever beeld van de toekomst van het archiefwezen. Deze branche is volop in beweging en kan jonge creatieve historici goed gebruiken. Het is van essentieel belang dat toekomstige archivarissen over een brede opleiding beschikken. De klassieke opleiding geschiedenis is de sleutel tot succes binnen de archiefwereld. ‘Een historicus moet zich willen verdiepen in een tijd en een samenleving die ver weg staan, maar moet tegelijkertijd een brug kunnen slaan naar de samenleving van nu’, zo stelt Van Vliet. Naast deze interesse zijn klassieke vaardigheden, zoals kennis van het Latijn en paleografie onmisbaar. Als je de ambitie hebt om werkzaam te zijn binnen het archiefwezen is het dus zaak om je deze vaardigheden aan te leren. Tegelijkertijd is een creatieve geest belangrijk. In het archief komen klassieke vaardigheden en creativiteit samen. Aanzet trof er geen stoffige werkplek aan, maar een enerverend en uitdagend instituut.

~ Jelle Wassenaar en Wisanne van ’t Zelfde

Advertenties