Een fraaie cultuurgeschiedenis van het roken

Recensie RemyDe beste sigaret voor uw gezondheid. Hoe roken Nederland en de rest van de wereld veroverde.
Friso Schotanus
Uitgeverij Atlas Contact, €21,99, 232 p.
ISBN 9789045027364

De regel ‘Ken je het verlangen naar een sigaret, naar die gelukkige tijd dat je nog rookte?’ van dichter Rutger Kopland is niet alleen een veel geciteerde hartenkreet van ex-rokers, maar ook het motto van het boek De beste sigaret voor uw gezondheid dat in augustus van dit jaar verscheen. Auteur Friso Schotanus beschrijft in dit werk de opkomst, de zegetocht en de ondergang van de sigaret in de westerse wereld. Talloze boeken werden volgeschreven over de gevaren en kankers als gevolg van roken, maar het werk van Schotanus behoort tot de minderheid die de geschiedenis van het  de sigaret als cultureel genotsmiddel in beeld brengt.  Rokenis meer dan een ongezonde gewoonte. Naast lekker en plezierig is roken ook een uiting van stijl, rebellie en een symbool voor de naoorlogse Europese vrijheid.

Vanaf de introductie van het roken in Europa,  na de ontdekking van de Nieuwe Wereld, was tabaksgebruik omstreden. Hoewel vanaf de zestiende eeuw aan tabak allerlei geneeskundige krachten werden toegekend, was de gewoonte wel overgenomen van heidenen uit den verre. Tegenstanders van de sigaret zagen het om die reden als een ‘duivels’ fenomeen. In de wetenschap was tabak echter een wondermiddel met een helende werking tegen onder andere de pest, zwangerschapsklachten en kanker. In de vierhonderd jaar die op de introductie van de sigaret volgde maakte het ‘rokertje’ een serieuze opgang, tot aan de hedendaagse strijd om roken uit de samenleving te verbannen.

Schotanus schetst de twintigste eeuw als een kantelmoment in de geschiedenis van de sigaret. Op het strijdtoneel van gewelddadige conflicten als de Boerenoorlog en de Eerste Wereldoorlog maakte tabak onderdeel uit van het rantsoen. Hoewel er ook aandacht was voor de schade aan de fysieke gesteldheid van soldaten als gevolg van roken, werd de sigaret beschouwd als een goed middel om het moreel op pijl te houden. Om de oorlog te winnen, zo stelde een Amerikaanse generaal in 1917, had hij evenveel tabak als kogels nodig. Ook in het Franse leger gold de leus: ‘Pas de tabac, pas de soldat’. Het Amerikaanse leger bepaalde in 1918 zelfs dat iedere soldaat recht had op minstens vier sigaretten per dag. Heel anders verging het in het leger van het Derde Rijk: Hitler – geheelonthouder en fel gekant tegen roken – zag in de opkomst van tabak een samenzwering van de Joden en een aanval op de lichamelijke zuiverheid van het Arische ras.

Na de Tweede Wereldoorlog won de sigaret in hoge mate aan populariteit: roken was niet langer een militaire gewoonte, ook het grote publiek ging massaal ‘paffen’. Zoals Schotanus het stelt: Hitler had het ook op dit vlak afgelegd tegen het rokende driemanschap Stalin, Roosevelt en Churchill. Roken werd een symbool voor de vrijheid van Europa en, voor de moderne vrouw, een teken van emancipatie. In de eerste decennia na de oorlog werd de sigaret verheerlijkt op televisie, in films, boeken en muziek. Doktoren verschenen breed lachend in advertenties; tabaksfabrikanten werden tabaksgiganten. Ieder merk identificeerde zich met een andere doelgroep: Camel was voor jongelingen, Marlboro voor de zelfstandige, vrijgevochten vrouw.

Artsen en idolen fungeerden als uithangbord voor de tabaksindustrie: ‘More doctors smoke Camel than any other cigarette’. Ook Nederlandse sporters rookten, Johan Cruijff maakte in de jaren zeventig reclame voor Roxy Duel: ‘Ik vind: je moet wel verstandig roken’. Een paar jaar eerder raadde een populaire sportverslaggever nog Chief Whip aan: ‘De beste sigaret voor uw gezondheid’.

De oudste bezwaren tegen de sigaret waren moreel van aard, maar vanaf de jaren vijftig  wees ook (een deel van) de medische wereld op de gevaren van roken. In de jaren zestig begonnen antirookcampagnes waarin de tegenstanders van roken op basis van wetenschappelijk onderzoek het verband tussen tabak en longkanker probeerden aan te kaarten. De tabaksindustrie kwam met zelfregulerende maatregelen, en de overheid greep in. Ze verbood in 1980 de reclame voor rookwaar op televisie en liet vanaf 1981 waarschuwingen plaatsen op sigarettenpakjes. Stelling nemen tegen roken werd gangbaar, maar de opkomst van de sigaret werd niet definitief gestuit. Schotanus stelt dat roken vereenzelvigd was met het beeld van de na-oorlogse moderne mens. Roken bepaalde wie je was en of je de stand van de welvaart kon bijbenen. Iedereen rookte: van regeringsleiders en intellectuelen tot bouwvakkers en fabrieksarbeiders.

Schotanus levert met De beste sigaret voor uw gezondheid een fraaie cultuurgeschiedenis van het roken, zonder duidelijk stelling te nemen voor of tegen ‘het rokertje’. Een neutrale visie die op zichzelf te bewonderen valt, maar ook wat onbevredigend kan zijn. Schotanus beschrijft op kleurrijke wijze hoe de opkomst van de sigaret vierhonderd jaar lang verbonden was met de tijdgeest van het westen, blijft hierbij objectief, maar weet zijn boek hierdoor niet naar een wetenschappelijk niveau te tillen. Dat is voor de opzet van dit werk ook niet strikt noodzakelijk, aangezien de doelgroep van Schotanus een breed lezerspubliek is. De beschrijvingen zijn vermakelijk, hier en daar een tikkeltje ironisch en spreken tot de verbeelding. Een diepere analyse of een breder argument ontbreekt, evenals de koppeling aan bredere theoretische of historiografische kaders.

Dit gebrek doet echter niets af aan de kwaliteit van dit vlot geschreven en uiterst toegankelijke boek. De talloze anekdotes, interessante feitjes en de flinke dosis humor zorgen voor een luchtig verhaal waarin de geschiedenis van de sigaret wordt verbonden met de algemene lijnen van de westerse moderne geschiedenis. Het boek biedt, ook voor minder ingevoerde lezers, een verfrissende kijk op de opkomst van tabak en de rol die tabaksgiganten daarin hebben gespeeld. Voor historici mist het boek ‘body’. Lezen is amusant en relatief snel gedaan, maar te veel vragen blijven onbeantwoord. De ondergang van de sigaret is voor de westerse wereld dan ten dele een feit, in ontwikkelingsgebieden neemt het aantal rokers gestaag toe. De verwachting is zelfs dat in 2050 het aantal rokers wereldwijd verdubbeld is.  Het gebrek aan echte historische diepgang is Schotanus niet aan te rekenen, dit lijkt immers de opzet van zijn populair-historische invalshoek. De toevoeging ‘rest van de wereld’ in de subtitel is echter wel misleidend: slechts in een paar bijzinnen komt de situatie van de niet-westerse wereld aan bod. Een gemiste kans.

Een luchtige geschiedenis van een slechte gewoonte, die symbool staat voor de moderne vrijgevochten mens. Een mooi boek voor wie de zinnen wil verzetten en een eenvoudig geschiedenisverhaal wil lezen in de trein, de wachtkamer of een andere  rookvrij verklaarde ruimte.

~ Remy Balistreri

Advertisements