Het wetenschappelijke antwoord op de Velser Affaire

recensie wissanne kleurDe Velser Affaire. Een omstreden oorlogsgeschiedenis
Bas von Benda-Beckmann
Uitgeverij Boom, €24,90, 461 p.
ISBN 978 94 610 5284 1

Begin jaren tachtig van de vorige eeuw trok de historicus Blom fel van leer tegen een aantal Nederlandse  historici die onderzoek  hadden gedaan naar de Tweede Wereldoorlog. Hij verweet hen dat ze de objectiviteit uit het oog verloren waren. Zij waren verstrikt geraakt in het goed-foutdenken, waardoor de geschiedenis geen recht gedaan werd, aldus Blom. Historici, waaronder Loe de Jong, namen een duidelijk standpunt in en beschreven het verleden vanuit Nederlands oogpunt. Hierbij lieten ze de nuance los, waardoor de geschiedwerken beschouwd konden worden als een ‘monument met een moreel oordeel’.[1] Blom betoogde dat de geschiedschrijving eenzijdig werd en ten prooi viel aan morele oordelen. Hij riep historici op om de objectiviteit te bewaren en een genuanceerd geschiedwerk te schrijven. Hiertoe moest onderzoek verricht worden vanuit nieuwe perspectieven, nieuwe onderwerpen moesten bestudeerd worden en de beleving van de mensen zelf moest onderzocht worden. Tevens pleitte Blom ervoor om de achtergronden te bestuderen en de Nederlandse situatie te vergelijken met de situatie elders.

Het boek De Velser Affaire. Een omstreden oorlogsgeschiedenis van historicus en Tweede Wereldoorlogdeskundige Bas von Benda-Beckmann lijkt het antwoord op de oproep van Blom. De Velser Affaire behelst de vraag of enkele prominente figuren binnen het Velsense verzet, waaronder Nico Sikkel, Arend Kuntkes en Cees van der Voort, met de Duitsers samengewerkt hebben tijdens de oorlog. Hoewel zij allen hoge posities binnen het politieapparaat hadden en hierdoor in staat waren om belangrijke informatie door te spelen naar het verzet, werden zij na de oorlog van collaboratie beschuldigd. Ook werd hun verweten dat zij geen zuivere motieven hadden om deel te nemen aan het verzet: zij zouden zichzelf verrijkt hebben en bovendien de ambitie gehad hebben om communistische verzetslieden aan de Duitsers uit te leveren. Na de oorlog kregen Sikkel, Kuntkes en Van der Voort een belangrijke rol toebedeeld in de bijzondere rechtspleging. Zij werden er echter van beschuldigd dat zij ‘kleine vissen’ streng straften om zelf buiten schot te blijven.

Na de oorlog werd er veel aandacht aan deze zaak besteed in de media. Nog altijd is de kwestie onopgehelderd en houdt deze de Velsense bevolking bezig. Dit bleek ook tijdens de presentatie van het boek, waarbij Von Benda-Beckmann aanhaalde dat de nazistische burgemeester van Velsen, Van der Weide, als één van de weinige burgemeesters ter dood veroordeeld werd. Iemand uit de zaal riep uit: ‘en het is nog uitgevoerd ook!’ Na de speculaties in de media was het nu tijd voor een wetenschappelijk onderzoek naar deze affaire. Von Benda-Beckmann probeert de Velser Affaire te verklaren aan de hand van structurele oorzaken en achtergronden en op deze manier een antwoord te krijgen op de vraag waarom de Velser Affaire uitgroeide tot een nationaal schandaal. Meerdere Nederlandse gemeenten hadden namelijk te maken met figuren die een dubieuze rol speelden tijdens de oorlog. Von Benda-Beckmann plaatst de affaire in zijn context om de werkelijke oorzaken te kunnen achterhalen. In zijn boek behandelt hij achtereenvolgens de sociale verhoudingen in Velsen, de aard van het verzet en de aandacht voor de affaire na de oorlog.

In het eerste deel van het boek betoogt Von Benda-Beckmann dat de Velsenaren reeds voor de oorlog op gespannen voet met elkaar leefden. De CPN kende een grote aanhang binnen de gemeente en regelmatig was er sprake van arbeidsconflicten binnen de industrie en de visserij. Het Velsense verzet werd enerzijds gevormd door politiebeambten en anderzijds waren de communisten vertegenwoordigd. Deze verscheidenheid in politieke visies bemoeilijkte later de samenwerking binnen het verzet.

In het tweede deel komt Von Benda-Beckmann hierop terug. De verschillende verzetsgroepen werden vanaf 1944 geacht werden om samen te werken, maar het verschil in sociale achtergrond bemoeilijkte de samenwerking: er bestond een groot onderling wantrouwen en de groepen werkten regelmatig langs elkaar heen. Sikkel stond aan het hoofd van de verzetsgroepen. Hij raakte in diskrediet omdat er regelmatig communisten, waaronder Hannie Schaft, gearresteerd werden. Sikkel was in de meeste gevallen van de voorgenomen arrestaties op de hoogte, maar waarschuwde de verzetslieden niet. Hem is na de oorlog verweten dat hij uit was op de uitlevering van communisten aan de Duitsers.

In het derde deel benoemt Von Benda-Beckmann de onderzoeken van speciaal aangestelde commissies die naar aanleiding van de affaire plaatsvonden. De uitkomsten van deze onderzoeken waren vaak teleurstellend, omdat de onderzoekers werden tegengewerkt door de hoofdpersonen uit de affaire. Dit vormde de aanleiding tot een onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek.

Helaas is Von Benda-Beckmann er niet in geslaagd om de Velser Affaire volledig te ontrafelen en antwoord te geven op de vraag of de hoofdpersonen uit de affaire daadwerkelijk een dubbelrol gespeeld hebben tijdens de oorlog. De hoofdpersonen zijn niet meer in leven en hun verklaringen zijn tegenstrijdig. Tevens is belangrijk bronnenmateriaal vernietigd. Het feit dat de auteur geen antwoord kan geven op belangrijke vragen is teleurstellend, maar is niet te wijten aan onkunde. Het is het risico van geschiedkundig onderzoek. Von Benda-Beckmann geeft overigens aan dat het niet zijn doel was om met pasklare antwoorden te komen: ‘Deze studie […] werpt hopelijk wel een verhelderend licht op de complexe verhoudingen in het verzet en op pogingen van Sikkel en zijn vertrouwelingen om de voor hen gevoelige zaken onder tafel te schuiven: dat was de werkelijke Velser Affaire.’[2] Hierin is hij zeker geslaagd.

Tijdens de presentatie van dit boek werd duidelijk dat dit onderzoek van grote waarde is voor de Velsense bevolking. Weliswaar geeft het boek niet op alle vragen antwoorden, maar de auteur heeft de situatie verhelderd en er is erkenning gekomen voor de Velsenaren. Voor niet-Velsenaren is het boek echter af en toe moeilijk te volgen. In het boek worden veel personen genoemd en persoonlijke zaken beschreven die verhelderend kunnen werken voor Velsenaren, maar het boek complex maken voor buitenstaanders. Desondanks is dit boek een aanrader voor eenieder die zich wil verdiepen in de complexe ontwikkelingen in het verzet en de morele dilemma’s die de oorlog met zich meebracht. Het onderzoek naar de Velser Affaire kan worden opgevat als een casestudy, die de ontwikkelingen op nationaal niveau illustreert.

Von Benda-Beckmann is erin geslaagd om een onpartijdige en ongekleurde visie op de Velser Affaire te geven, die recht doet aan alle betrokkenen. Uit het boek blijkt dat hij oog heeft voor de complexe situatie in de Tweede Wereldoorlog. Dit boek kan gezien worden als het antwoord op het betoog van Blom en verdient zeker navolging.

~ Wisanne van ’t Zelfde

[1] J.C.H. Blom, ‘In de ban van goed en fout? Wetenschappelijke geschiedschrijving over de bezettingstijd in Nederland’, in: J.C.H. Blom (ed.), Crisis, bezetting en herstel (Den Haag 1989) 105.

[2] Bas von Benda-Beckmann, De Velser Affaire. Een omstreden oorlogsgeschiedenis (Amsterdam 2013) 354.

Advertenties