Lijvige ‘Dom-monografie’ vult gapend gat Utrechtse geschiedschrijving

recensie remyDe Utrechtse Domtoren. Trots van de stad
René de Kam, Frans Kipp en Daan Claessen
Uitgeverij Matrijs € 39,95, 544 p.
ISBN 978 90 534 5467 1

‘Over de Domtoren is toch zeker alles al geschreven?’; de auteurs van De Utrechtse Domtoren steken in hun inleiding direct de hand in eigen boezem. En inderdaad: een beetje Utrechtse student heeft minstens één keer in zijn leven de vierhonderdvijfenzestig treden van de bisschoppelijke Sint-Maartenstoren bedwongen. Toch ontbrak een volledig boekwerk over de hoogste kerktoren van Nederland; een hiaat waar de makers van De Utrechtse Domtoren dankbaar gebruik van hebben gemaakt. Op een aantal kleinere werken na – waarvan de meest recente in de jaren tachtig van de vorige eeuw verscheen – was er nog geen allesomvattend standaardwerk over de Domtoren voorhanden. René de Kam en Frans Kipp, beiden werkzaam bij de erfgoeddienst van de gemeente Utrecht, zouden uiteindelijk ruim negen jaar bezig zijn met het project. Naast een bouwhistorische en archeologische studie, werden ook talloze archiefstukken, rapporten en tekeningen bestudeerd.

De Utrechtse Domtoren is in wezen een reis door de geschiedenis. Deze reis begint bij de komst van de kerk naar het voormalige Romeinse fort Traiectum en leidt, via de bouw van de gotische Dom, naar de Domtoren zoals we die nu kennen. Om die reis door de geschiedenis zo helder mogelijk weer te geven, hebben de auteurs gekozen voor een opzet met drie boekdelen die elk een ander tijdsvlak beschrijven. Het eerste deel gaat over de periode die voorafging aan de bouw van de toren, het tweede deel handelt over de tijd dat de Domtoren als kathedrale toren dienst deed en het derde en laatste deel beschrijft de tijd na de Reformatie met als centraal thema de Domtoren in protestants Utrecht.

De opzet van de auteurs – de geschiedenis van de Domtoren voor een breed publiek toegankelijk maken – lijkt binnen luttele weken na publicatie al behaald: in maart 2014 kwam zowel de eerste als de tweede druk van het boek uit. Dat is om twee redenen wonderlijk: ten eerste vormt de lijvigheid, en de hiermee gepaarde kostprijs, van het werk een drempel die het grote publiek af zou kunnen schrikken. Ten tweede zijn de beschrijvingen in het boek hier en daar specialistisch van aard en voor diegenen zonder enige historische voorkennis wat abstract. Toch deert dit De Utrechtse Domtoren als geheel allerminst: als dit niet de verdienste van de toren zelf is, die immers tot ver buiten de stads- en landsgrenzen tot de verbeelding spreekt, dan is het wel die van graficus Daan Claessen, die het boek met een groot aantal 3D-afbeeldingen heeft aangevuld. Het oog wil ook wat en De Utrechtse Domtoren is, ook zonder een letter gelezen te hebben, een schitterend boek boordevol aansprekend beeldmateriaal.

Maar ook voor de meer ingevoerde lezer heeft het boek iets te bieden. Het jarenlange onderzoek van de auteurs heeft verscheidende nieuwe inzichten opgeleverd, waardoor zelfs de gidsen van de toren binnenkort terug aan de studie moeten. Soms zijn dit kleinigheden als een jaartal dat enkele jaren naar voren of naar achteren moet worden geschoven, maar af en toe is ook een geheel nieuwe kijk op de zaken ontstaan, bijvoorbeeld als het gaat om de organisatie van de ‘Domfabriek’ – het bedrijf dat verantwoordelijk was voor alle logistieke en organisatorische aspecten die kwamen kijken bij de bouw van een kathedrale toren. Een interessante vondst is onder meer dat er voorafgaand aan het uiteindelijke ontwerp verschillende schetsen de ronde deden waarin de Domtoren een open spits kende, vergelijkbaar met iconische bouwwerken als de kerktorens in Reims en Freiburg.

Kenmerkende aspecten van de Utrechtse Dom, zoals de vrijstaand gebouwde toren en het aloude Utrechtse kerkenkruis, komen in De Utrechtse Domtoren uitgebreid aan bod en worden door de heldere uitleg van context en duiding voorzien. Hoofdstuktitels als ‘tot de minste kosten’ geven bovendien een goede weergave van het beheer en onderhoud van de toren na de Reformatie, onder leiding van het (inmiddels Protestantse) Domkapittel: de Domtoren werd naar beste kunnen onderhouden, maar door financiële gebreken kon groot verval niet worden voorkomen. De deplorabele staat waarin de Domtoren regelmatig verkeerde en de pogingen vanuit de Utrechtse (kerk)gemeenschap om de toren in oude luister te herstellen, geven het spanningsveld aan waarbinnen de Dom zich als ‘stadse toren’ vanaf de late zestiende eeuw bevond. Een spannende bevinding binnen dit kader is dat de laatste grote renovatie, die van 1901 tot 1931 plaatshad, voor een deel gefinancierd is door crowdfunding avant la lettre.

Het interessantst wordt het boek als de auteurs de beschrijvende geschiedkundige stijl in korte intermezzo’s laten voor wat het is en overgaan op een meer anekdotische schrijfwijze. Zo lenen de verschillende torenwachters, die tot 1901 in de Egmondkapel op 25 meter hoogte woonden en een gelagkamer runden, zich uitstekend voor smeuïge verhalen. Het aloude stadsverhaal dat na de instorting van het middenschip in 1674 de mannenliefde ‘onder de Dom’ tussen de brokstukken van de kerk werd bedreven, wordt door de auteurs van De Utrechtse Domtoren nog nét iets spannender gemaakt: deze daden van sodomie werden klaarblijkelijk in de Domtoren zelf gepleegd, één verdieping onder de woning van de torenwachter. Een negentiende-eeuwse torenwachter werd hierdoor dusdanig tot waanzin gedreven, dat hij met scherp zou hebben geschoten op de vrijende mannenpaartjes. Als straf werd hij opgesloten in het plaatselijke ‘verbeterhuis’, om vervolgens enige tijd verplicht tot bedaren te komen.

Opvallend genoeg vult De Utrechtse Domtoren een gapend gat binnen de Utrechtse geschiedschrijving. Een onderhoudende monografie, met bovendien een veelvoud aan afbeeldingen van de Domtoren, vormt een tijdloze aanvulling op de boekenkast van iedere Stichtse geschiedenisstudent. Voor wie de behoefte voelt, bevat het boek voldoende informatie en weetjes om een gemiddelde feitjesfetisjist te bevredigen. Maar ook voor hen met een doorgaans andere interesse dan kathedrale torens, biedt De Utrechtse Domtoren meer dan voldoende fascinerende grafische elementen en prachtige stadsverhalen om meerdere dagdelen tot volledige tevredenheid weg te dromen over het verleden van ‘de trots van de stad’.

~Remy Balistreri

Advertisements