Een iconische foto van de Armeense genocide

Turkse natievorming en genocide

Armeense deportatie


Historici doen hun onderzoek in stoffige archieven, waar ze eindeloos boeken, artikelen en andere geschreven bronnen lezen. Het kan echter anders. Ook schilderijen, sculpturen, films en allerlei andersoortige niet-tekstuele bronnen kunnen heel nuttig zijn voor historisch onderzoek. In Beeldspraak schrijft een docent van de Universiteit Utrecht over zijn ervaring met onderzoek aan de hand van beeldbronnen. Ditmaal wordt dit gedaan door dr. Uğur Ümit Üngör, docent bij de afdeling Politieke Geschiedenis van de Universiteit Utrecht. De voornaamste historische interesses van Üngör zijn staatsvorming en natievorming, met een specifieke focus op massaal geweld. Hij vertelt over een foto die gemaakt is tijdens de Armeense Genocide en hoe deze een rol heeft gespeeld bij de ontwikkeling van zijn historische interesse.

Deze foto is een afbeelding van de Armeense bevolking van de Osmaanse stad Harput (het hedendaagse Elazığ) die door Turkse gendarmes wordt gedeporteerd. De foto is op 2 juli 1915 heimelijk genomen vanuit het gebouw van het Amerikaanse consulaat, hoogstwaarschijnlijk door de consul zelf: Leslie A. Davis (1876-1960). Consul Davis maakte het vernietigingsproces van de Armeniërs uit die provincie van nabij mee en schreef er tevens een uitvoerig rapport over.[1] In de foto is duidelijk een deportatiekonvooi te zien: Armeense mannen, waarvan aan hun kleding af te lezen is dat ze uit de welvarende middenklasse afkomstig zijn, worden de stad uitgemarcheerd door circa 25 Turkse gendarmes, die hen enkele uren later zullen vermoorden. Aan de schaduwen kunnen we vaststellen dat het middag is (snikheet dus), en Turkse stedelingen kijken terloops toe.

Deze primaire bron is één van de meest iconische foto’s van de Armeense genocide, zoals ook de foto van het joodse jongetje, die met zijn handen omhoog gestoken in het getto van Warschau symbool staat voor de Shoah. In tegenstelling tot de Holocaust zijn er relatief weinig foto’s van de Armeense genocide. De meeste foto’s die we wel hebben zijn echter onomstotelijk en helder: grootschalige deportaties en massa-executies, ontvolkte dorpen, massagraven, verhongerende weeskinderen en pronkende daders. Beelden van gewelddadige conflicten worden soms gebruikt voor affectieve doeleinden, dus met het oogmerk om gevoelens of emoties aan te wakkeren.[2] Ook tijdens de Armeense genocide zijn suggestieve foto’s gemaakt van ontbindende lijken of slachtoffers met gapende wonden. Deze foto bevat echter weinig emotionele manipulatie, maar daarentegen des te meer bewijskracht en educatieve waarde.

In 2003 ben ik voor het eerst in aanraking gekomen met deze foto in de memoires van de Deense missionaris Maria Jacobsen, één van de belangrijkste ooggetuigen van de Armeense genocide die de foto hoogstwaarschijnlijk van Davis heeft gekregen.[3] Jacobsen schreef onder de foto: “Een groep Armeense mannen worden de stad uitgeleid om gedood te worden.” (En skare armenske mænd føres ud af byen for at dræbes.) De foto wakkerde mijn nieuwsgierigheid aan en leidde me tot vele andere memoires en foto’s van de genocide. Toch knaagde er iets: als merkwaardige vorm van verificatie ben ik enkele foto’s nagegaan door de plekken te bezoeken waar de opnames waren gemaakt.

Zo stond ik in juli 2005, 90 jaar na dato, op hetzelfde plein met een camera, een notitieblok en een print-out op een A4’tje. Ik tuurde om me heen, op zoek naar herkenbare bakens uit de foto. De lemen gebouwen met aarden dakbedekking hadden, met een enkele gerenoveerde uitzondering, plaats gemaakt voor strakke kantoorgebouwen en moderne cafés. Midden in het plein stond een rotonde met een groot standbeeld van Mustafa Kemal Atatürk. Geen spoor van de deportatie en genocide. Onder het mom van ‘stadsplanning’ en ‘ruimtelijke ordening’, maar ook door nationalistische herinneringspolitiek was de herinnering aan de Armeniërs uitgewist. Als historicus vond ik dit toen zodanig verbijsterend dat ik me heb gewijd aan het proberen bloot te leggen van dit type verzwegen historische momenten. Deze foto heeft een bijzondere betekenis voor me, omdat mijn grootmoeders dorp achter de linkerheuvel ligt. Zelf heb ik daar geen herinneringen van, omdat ik in Nederland ben opgegroeid, maar oma was een decennium na de genocide geboren. Ik vroeg haar eens voorzichtig: “Oma, wat is er gebeurd met de Armeniërs in onze omgeving?” Ze keek sloom op, bromde, “weet je dat niet, de regering heeft ze allemaal vermoord”, en hervatte ongestoord haar breiwerk.

~Uğur Ümit Üngör

[1] Leslie A. Davis, The Slaughterhouse Province: An American Diplomat’s Report on the Armenian Genocide, 1915-1917 (New York: Caratzas, 1989), ed. Susan Blair.

[2] Zie de Beeldspraak van Remco Raben in Aanzet 28-2.

[3] Maria Jacobsen, Diaries of a Danish Missionary: Harpoot, 1907-1919 (London: Gomidas Institute, 2006), ed. Ara Sarafian.

Advertisements