Van vakidioot tot onderwijsfanaat

evers“Wat wil je eigenlijk worden na je studie geschiedenis? Leraar op een middelbare school?” Menig student geschiedenis zal deze vragen herkennen. Voor een deel van ons is het antwoord op die laatste vraag ‘ja’. Daarom sprak Aanzet ditmaal met Jelmer Evers, docent geschiedenis met een eigenzinnige visie op onderwijs.

“Aanvankelijk was ik helemaal niet van plan om het onderwijs in te gaan”, vertelt Jelmer Evers ons over het begin van zijn carrière als geschiedenisdocent. Na een bachelor Geschiedenis en een master Internationale Betrekkingen aan de Universiteit Utrecht volgde hij een postdoc aan het Clingendael Instituut. Hoewel Evers de inhoudelijke kant van deze opleiding in de internationale betrekkingen zeer interessant vond, stond de beleidsmatige kant hem tegen. Daarop besloot hij op reis te gaan naar Thailand, waar een ontmoeting met andere reizigers die lesgaven op een middelbare school hem inspireerde. Hij besloot een lerarenopleiding te gaan volgen, namelijk het Bilingual International Teacher Education Program. Deze internationale post-master lerarenopleiding beviel Evers goed vanwege het kleinschalige onderwijs en de goede begeleiding. Als stage ging hij naar Zuid-Afrika, waar hij les gaf in een township. Zijn ervaring daar was doorslaggevend in zijn keuze om geschiedenisdocent te worden: “Toen wist ik dat lesgeven echt een verschil kan maken.”

Na een aantal jaar les te hebben gegeven begon hij toch te twijfelen. Hij kampte met een hoge werkdruk en had weinig mogelijkheden om flexibel zijn lessen in te richten. Toen zijn contract  met een middelbare school in Dubai verscheurd werd als gevolg van de crisis, overwoog hij om uit het onderwijs te stappen. De vernieuwende middelbare school UniC in Utrecht maakte hem echter weer enthousiast voor het onderwijs. Hier kon hij wél flexibel en bovendien vakoverstijgend werken. “Ik ben begonnen als vakidioot, maar ontwikkelde hier steeds meer belangstelling voor het doceren zelf.”

Het moet anders!

Evers ontdekte op UniC dat het onderwijs in Nederland veel ambitieuzer kan en zou moeten zijn. “Het onderwijs in Nederland is veel te makkelijk. Leerlingen kunnen meer dan je denkt”, stelt hij. Op UniC krijgen leerlingen de vrijheid om vanuit hun eigen interesse aan de slag te gaan. Docenten zijn niet strikt gebonden aan lesmethoden, maar mogen zelf hun lessen inrichten. Hierdoor kunnen ze vakoverstijgend werken en hoeven geschiedenisdocenten bijvoorbeeld niet mee te gaan in de trend van “eng nationalistisch” onderwijs. Zo behandelt Evers ook wereldgeschiedenis in zijn lessen, onder meer door aandacht te besteden aan Jared Diamonds Guns, Germs and Steel, terwijl het reguliere onderwijs veronderstelt dat “er alleen maar geschiedenis in Europa is”. Wereldgeschiedenis is niet alleen belangrijk om leerlingen te leren dat de wereld groter is dan Europa, maar ook een goede manier om ze schematisch en in grote verbanden te leren denken.

Op veel Nederlandse scholen ontbreekt deze vrijheid en flexibiliteit voor docenten. De kwaliteit van het Nederlandse onderwijs gaat achteruit als gevolg van de groeiende nadruk op cijfers en protocollen. “Kijk maar naar de CITO-score, die is heilig!”, stelt Evers verontwaardigd vast. “Politici snappen niet dat het onderwijs door meting juist slechter wordt.” Kinderen gaan zich bijvoorbeeld vereenzelvigen met cijfers. Volgens hem zou het helemaal niet om de cijfers (een kwalitatieve beoordeling), maar om het leerproces moeten gaan (een formatieve beoordeling). “In Finland hebben ze één kwalitatieve toets ter afsluiting van de middelbare school -daar ontkom je uiteindelijk niet aan- maar daarvóór hebben ze alleen maar formatieve toetsing. Dat zouden we hier ook moeten hebben.”

Evers levert niet enkel scherpe kritiek op het huidige onderwijs, maar heeft ook uitgesproken ideeën over hoe het onderwijs kan worden verbeterd. Onder redactie van Evers en docent René Kneyber is onlangs de bundel Het alternatief. Weg met de afrekencultuur in het onderwijs! uitgebracht. Hierin wordt een alternatief voor het huidige onderwijssysteem geschetst.  Docenten, die de kwaliteit van het onderwijs zouden moeten waarborgen met behulp van hun expertise, hebben nauwelijks zeggenschap in het huidige gebureaucratiseerde onderwijssysteem. Het alternatief is flipping the system. Het hele systeem moet omgekeerd worden: niet de managers, maar de onderwijzers zouden aan de top van de onderwijshiërarchie moeten komen te staan. In plaats van externe controleurs, moeten de docenten zélf onderlinge verantwoording gaan afleggen en elkaars kwaliteit controleren. Dat gebeurt nu nog beschamend weinig.

Vakidioot zijn is niet genoeg

Goed onderwijs staat of valt bij een goede docent. “Een docent moet een persoonlijkheid zijn”, stelt Evers. Een goede docent is zowel een vakidioot, oftewel iemand die met enthousiasme en passie over zijn vakgebied kan vertellen, als een creatieve didacticus en pedagoog. Dat laatste is volgens Evers minstens zo belangrijk – universitaire lerarenopleidingen zouden daar veel meer aandacht aan moeten besteden. Hij ziet hier ruimte voor een geheel nieuwe lerarenopleiding. Evers is betrokken bij de Nederlandse School, een initiatief met als doel een nieuwe generatie getalenteerde docenten op te leiden.

Evers is dus zelf van historische ‘vakidioot’ langzaam verworden tot onderwijsfanaat en -criticus. Hoewel hij zijn kritiek voornamelijk op het middelbaar onderwijs richt, gaat ook het universitaire onderwijs volgens hem de slechte kant op. Ook hier krijgt de afrekencultuur steeds meer invloed. Evers vindt het bijvoorbeeld schandalig om te horen dat studenten geschiedenis steeds minder werkgroepen krijgen. Het universitaire onderwijs kan daarnaast vooral op didactisch gebied de nodige verbetering gebruiken. “Onderzoekers zijn niet per sé goed in onderwijs”, stelt Evers. Het universitaire onderwijs dat Evers genoten heeft, noemt hij “didactisch gezien uit het jaar nul”.

De banen voor de nieuwe generatie geschiedenisdocenten liggen niet voor het oprapen. Toch ziet Evers voor gemotiveerde en getalenteerde studenten een mooie toekomst in het onderwijs. “Het is een goede en spannende tijd om het onderwijs in te gaan, want het systeem kraakt”, aldus Evers. Hij moedigt toekomstige geschiedenisdocenten dan ook vooral aan om zich op het onderwijs te storten. “Máár, je moet wel laten zien wie je bent. Je moet op tijd beginnen jezelf op de kaart te zetten.” Dit advies stuurt misschien wel aan op een carrière zoals die van Evers zelf.

~ Paula Hendrikx en Jelle Wassenaar

Advertisements