Een verzet tegen eenzijdigheid

lejon recensieDivided Dream Worlds? The Cutural Cold War in East and West
Peter Romein, Giles Scott-Smith en Joes Segal (eds.)
Amsterdam University Press, € 39,99, 284 p.
ISBN 978 90 896 4436 7

Tijdens het UHSK-symposium over revoluties, ‘Vrijheid, blijheid? De verwachtingen en uitkomsten van revoluties’, op 6 maart 2013 betoogde Prof. Dr. André Gerrits, verbonden aan de Universiteit Leiden, dat toen de Sovjet-Unie viel ‘de waarheid aan het licht kwam.’ Gerrits portretteerde het communisme als een rookgordijn dat de werkelijkheid verhulde. De utopische droom van het Oosten vervormde deze werkelijkheid en maakte dat de burgers van de Sovjet-Unie in een leugen leefden; de wereld was niet zo mooi als ze werd weerspiegeld. Dit gold volgens Gerrits niet voor het Westen. De liberale democratie had gezegevierd en dat was juist vanwege haar pretentieloze kwaliteit. De burgers van het vrije Westen werd niets wijsgemaakt, de wereld werkte nou eenmaal zo.

Deze Fukuyamaanse kijk leek mij toentertijd al eenzijdig, maar na het lezen van Divided Dreamworlds? The Cultural Cold War in East and West voel ik mij gesterkt in deze gedachte. Divided Dreamworlds?, onder redactie van Pieter Romijn, Giles Scott-Smith en Joes Segal, bundelt elf artikelen met het doel om nieuw licht te werpen op de culturele Koude Oorlog en te ageren tegen de traditionele kijk op deze ideologische strijd. De Koude Oorlog, in de ogen van Scott-Smith en Segal (de schrijvers van de introductie), was veel méér dan een confrontatie tussen twee economische en politieke machtsblokken door middel van militaire macht en technologische strijd. De Koude Oorlog moet gezien worden als een botsing tussen culturen en ideologieën. Door de ideologieën van de grootmachten te typeren als dreamworlds nemen de redacteurs een duidelijke positie in: beide utopische projecten probeerden hun versie van de werkelijkheid op te leggen aan hun burgers, maar beiden konden daar nooit volledig in slagen. Sterker nog, de redacteurs betogen juist dat het denken in absolute en totalitaire termen het denken over de Koude Oorlog verstoort: ‘The narrative of absolute Cold War antagonism is looking increasingly misleading and disingenuous, to be replaced by a more differentiated and intellectually compelling interpretation.’[1]

De traditionele kijk op de Koude Oorlog is volgens de redacteurs achterhaald vanwege drie redenen. Allereerst bestond er een afstand tussen ideologie en de alledaagse werkelijkheid. De staat had nooit zeggenschap over het individuele leven, wat volgens de redacteurs tot uiting kwam in politieke oppositiebewegingen en de autonomie van culturele expressie in het Oosten en in het Westen. Het traditionele idee van een homogeen machtsblok is dus achterhaald en doet geen recht aan de dynamische en heterogene werkelijkheid hiervan. Ten tweede wijzen de redacteurs op de tijdspanne van de Koude Oorlog, waarbinnen ook dynamiek en heterogeniteit de sleutelwoorden zijn. De traditionele kijk schiet hier eveneens te kort; het Oosten en Westen waren geen onveranderlijke blokken en juist hun vergelijkbare reacties op technologische vooruitgang zijn volgens Scott-Smith en Segal een dankbaar onderzoeksobject. Zo laat Annette Vowinckel in haar bijdrage aan de bundel zien dat de opkomende burgerluchtvaart in Oost en West vergelijkbare reacties opriep: het vliegtuig werd in beide kampen gezien als een symbool van vrijheid en als een moderne manier om de problemen van tijd en plaats te overwinnen.[2] Ten slotte wijzen Scott-Smith en Segal op een andere beperking van het traditionele ‘blokkenbeeld’; er was juist veel intercultureel contact tussen en binnen de blokken. Een strikte scheiding tussen Oost en West bestond niet.

Het is overduidelijk dat de bundel zich richt op cultuur en het leven van alledag en meer aandacht besteedt aan de overeenkomsten tussen Oost en West dan aan de verschillen. De vraag die de redacteurs zich in de introductie dan ook stellen is: ‘Could we conceive of a single Cold War culture that transversed East and West?’[3] Dat is een flinke opgave. Allereerst is het belangrijk om een tegenstelling op te merken. In hun kritiek op het traditionele, antagonistische beeld van de Koude Oorlog wordt steeds de heterogeniteit en dynamiek van de periode onderstreept. Het opwerpen van de vraag of er sprake kan zijn van een ‘eenduidige cultuur in Oost en West gedurende de Koude Oorlog’ lijkt dus voorbij te gaan aan de kritiek van de auteurs zélf op zo’n visie. Naast het afbreken van een eenzijdig traditioneel beeld, stelt de bundel zich tot doel een nieuw beeld te scheppen, een beeld waarin Oost en West worden gelijkgesteld. Het is jammer dat Scott-Smith en Segal niet nader uitleggen hoe zij ontsnappen aan hun eigen kritiek tegen eenzijdigheid.

Toch stelt de bundel zeker niet teleur. De elf artikelen in de bundel behandelen een groot scala aan onderwerpen en zijn gegroepeerd in drie categorieën: Arts and Sciences Between the Blocs, Modernity East and West en Post-1989 Perspectives on the Cultural Cold War. De artikelen behandelen onderwerpen variërend van het werk van Amerika-kritische filmmaker Arthur Miller en Joegoslavische popmuziek  tot het interieur van Oost- en West-Duitse huizen en burgerluchtvaart. Hoe sterk en interessant deze artikelen ook zijn, soms lijkt het alsof de redacteurs artikelen in het keurslijf van het door hun gestelde doel plaatsen. Artikelen waar de relatie met het doel van de bundel wel duidelijk is zijn bijvoorbeeld Annette Vowinckel’s ‘Flying Away. Civil Aviation and the Dream of Freedom in East and West’ en Natalie Scholz’ en Milena Veenis’ ‘Cold War Modernism and Post-War German Homes. An East-West Comparison’. Deze artikelen illustreren, geheel in lijn met het doel van de bundel, de culturele overeenkomsten tussen moderniteit in Oost en West, terwijl het artikel van Christina Varga-Harris over socialistische huizenbouw onder Chroesjtsjov, ‘Moving toward Utopia. Soviet Housing in the Atomic Age’, juist de culturele en ideologische verschillen tussen Oost en West lijkt te onderstrepen. Het publiceren van een bundel heeft logischerwijs vaker met deze problemen te kampen; een bundel generaliseert en framet haar inhoud, terwijl de artikelen vaak juist specifiek zijn.

Het lijkt onmogelijk om een nieuw beeld van de culturele Koude Oorlog alleen te laten rusten op overeenkomsten tussen het Oosten en het Westen. Toch is de ambitieuze poging van de bundel er één die ik als succesvol zou willen bestempelen. Het openbreken van het traditionele, nauwe beeld van de Koude Oorlog als een strijd tussen twee allesomvattende blokken en het erkennen van de overeenkomsten tussen Oost en West doet recht aan de werkelijkheid en depolitiseert de, vaak gekleurde, discussie over de aard van de Koude Oorlog. Het was niet alleen het communisme dat de wereld vals weerspiegelde, zoals André Gerrits betoogde op het UHSK symposium, het is vooral dát beeld van de Koude Oorlog dat een beter begrip ervan in de weg staat.


[1] Giles Scott-Smith en Joes Segal, ‘Introduction. Divided Dreamworlds? The Cultural Cold War in East and West’, in: Peter Romijn, Giles Scott-Smith en Joes Segal (eds.), Divided Dreamworlds? The Cultural Cold War in East and West (Amsterdam 2012) 1-9, 3.
[2]Annette Vowinckel, ‘Flying Away. Civil Aviation and the Dream of Freedom in East and West’, in: Peter Romijn, Giles-Scott-Smith en Joes Segal (eds.), Divided Dreamworlds? The Cultural Cold War in East and West (Amsterdam 2012) 181-198,197-198.
[3] Scott-Smith en Joes Segal, ‘Introduction’, 5.

– Léjon Saarloos

Advertisements