Een panoramafoto met wel heel veel details

100-jaar-heimwee.-De-geschiedenis-van-Polen-in-Nederland1Honderd jaar heimwee. De geschiedenis van Polen in Nederland
Wim Willems en Hanneke Verbeek
Boom, € 24,90, 352 p.
ISBN 978 94 610 5059

De laatste jaren zijn Poolse migranten steeds negatiever in de media naar voren gekomen. Het zouden baantjespikkers, dronkenlappen en importbruiden zijn. De tsunami van Oost-Europese gelukszoekers zou een nieuw multicultureel drama aanrichten. Deze negatieve beeldvorming bereikte een hoogtepunt in februari 2012, toen de Partij voor de Vrijheid het ‘Meldpunt Midden- en Oost-Europeanen’ oprichtte. Door al deze aandacht lijkt het alsof de komst van Poolse migranten naar Nederland een nieuw verschijnsel is. Hierachter gaat echter een geschiedenis schuil die meer dan eeuw beslaat: een geschiedenis die de historici Wim Willems en Hanneke Verbeek in hun boek ontsloten hebben.

In tegenstelling tot wat de huidige publicaties over Poolse migranten tonen, bestaat er al vanaf 1900 een migratiestroom van Polen naar Nederland. Door deze migranten aan het woord te laten, scheppen de auteurs een context bij de huidige situatie en nuanceren hiermee de berichtgeving in de pers. Hierbij zijn de auteurs ondersteund door een omvangrijk team van deskundigen op het gebied van migratiestudies en het land Polen. Ook de ervaring van de auteurs draagt bij aan een gedegen ondergrond voor het boek. Willems is namelijk hoogleraar Sociale Geschiedenis op de Haagse campus van de Universiteit Leiden en Verbeek is gespecialiseerd in migratiegeschiedenis. Daarbij maken de historici gebruik van wetenschappelijke publicaties, maar vooral ook van primaire bronnen zoals interviews en krantenartikelen.

De sociale achtergrond van Willems komt duidelijk tot zijn uiting in de vele levensverhalen waaruit het boek is opgebouwd. De Poolse migrantenstroom wordt onderverdeeld in drie periodes, waarin het perspectief van de Poolse sociale groepen die dit migratieproces doormaakten centraal staat. Zo behandelen de eerste drie hoofdstukken de periode 1900-1945, waarin voornamelijk Poolse Joden en Duits-Poolse mijnwerkers de Nederlandse grenzen binnenkwamen. In de periode daarna (1945-1990) werd de samenstelling van de immigranten steeds diverser. Poolse bevrijdingssoldaten bleven hangen, de stroom van mijnwerkers hield aan en steeds meer Polen kwamen als vluchtelingen van het communistische regime. Na de val van de Muur werd de diversiteit zelfs nog groter. De laatste hoofdstukken bespreken naast specifieke groepen, zoals Poolse echtgenotes en zzp’ers, over bredere onderwerpen die te maken hebben met de hedendaagse aanwezigheid van Polen in Nederland. Zo worden bijvoorbeeld de beeldvorming in de media en lokale integratie behandeld.

Opvallend aan het boek is de grote verscheidenheid in de opzet van de hoofdstukken. De eerste hoofdstukken, waarin het spannende leven van migranten wordt verteld, lezen bijna als een roman. Zo leert de lezer alles over de familiegeschiedenis van het mijnwerkersechtpaar Stachowska en van de omzwervingen van de Pools-Joodse telgen van de winkelier Sprecher uit Den Haag. Dit verlevendigt de omschrijving van de verschillende groepen Polen natuurlijk wel, maar de grote hoeveelheid details leiden ook af van het daadwerkelijke doel. Als lezer is het namelijk niet van belang te weten dat Léon Stachowski per ongeluk de verkeerde trein pakte op weg naar Limburg, waardoor hij vanuit Luik eerst weer naar Brussel terug moest om vervolgens de trein naar Nederland te pakken.

Ook het hoofdstuk over Poolse kunstenaars in Nederland, dat enkel uit portretten bestaat, komt niet goed uit de verf. Het idee is sterk: kunst is bij uitstek een onderwerp dat zich beter visueel dan tekstueel laat vangen. De uitvoering valt echter tegen. De portretten zijn statisch en komen in sommige gevallen zelfs wat geforceerd over. Daarbij zijn de foto’s sterk gericht op de personen zelf, met op de achtergrond een object dat iets met hun werk te maken heeft. Dit werkt redelijk voor de beeldend kunstenaars, maar nauwelijks voor de dansers, theatermakers en muzikanten.

Toch zijn er ook hoofdstukken die heel sterk zijn qua vorm én inhoud. In het hoofdstuk ‘Polen in de pers’ geven de auteurs een prachtige omslag weer in de berichtgeving van de Nederlandse kranten vanaf de val de Muur tot 2012. Hierin is mooi uiteengezet welke frames NRC Handelsblad, Trouw, de Volkskrant en De Telegraaf gebruikten wanneer ze de Poolse bevolkingsgroep in Nederland beschreven. Zo verwerden de Polen in twintig jaar tijd van straatarme slachtoffers van het communisme tot problematische arbeidsmigranten. De auteurs hebben zich er zelfs niet van weerhouden om op te merken dat er met de recente oprichting van het ‘Polenmeldpunt’ weer een nieuwe omslag plaatsvond. De media verwierp het initiatief van de PVV en legde de nadruk op de duistere kant van de Nederlandse werkgevers, die uit Polen goedkope arbeidskrachten haalden, en de Nederlandse huisjesmelkers, die de migranten vervolgens uitmolken. Een aantal pagina’s vol met krantenkoppen illustreert deze ontwikkelingen.

Ook de laatste – meer sociologische – hoofdstukken zijn een goede toevoeging voor een beter begrip van de aanwezigheid van Poolse bevolkingsgroepen in Nederland. Zonder de problemen te bagatelliseren worden verschillende stereotypen ontkracht. Eén van deze stereotypen is het idee dat Poolse bruiden gericht op zoek zijn naar westerse bruidegoms of andersom. Dit beeld wordt versterkt door de vele internetadvertenties die Oost-Europese vrouwen aanbieden. Honderd jaar heimwee wijst er echter op dat het merendeel van de gemengde huwelijken net zo toevallig tot stand kwam als andere huwelijken: gewoon tijdens vakanties, studie of werk.

Al met al biedt deze panoramafoto van honderd jaar Pools-Nederlandse migratie een mooi tegenwicht aan de negatieve beeldvorming in de publieke arena. Toch zijn er op sommige vlakken kansen blijven liggen in de uitvoering. De afwisseling in opzet van de hoofdstukken werkt verassend goed, maar het zwaktepunt ligt bij de wisselende kwaliteit van de hoofdstukken. Met name de eerdere, meer verhalende, delen zijn te gedetailleerd en missen een zekere theoretische inslag. Het zijn als het ware voorbeelden van een theorie die niet duidelijk uit de doeken wordt gedaan. Tegenover deze zwakkere delen staan weer heel sterke hoofdstukken die voor zowel een wetenschappelijk als niet-wetenschappelijk publiek interessant en goed leesbaar zijn. Het idee van het boek is voor honderd procent geslaagd, maar de uitvoering slechts voor tachtig.

– Gidi Pols

Advertenties