De passie van… Janneke van der Heide

Sinds 2008 heeft Utrecht een ware Darwinspecialist in huis. Janneke van der Heide studeerde af op “de Duitse Darwin” (Ernst Haeckel), promoveerde op de ontvangst van Darwins werk in Nederland en zal zich in de toekomst bezighouden met… Darwin. “Specialiseren is een bewuste keuze.”

“De evolúsje is ôfmakke”, staat op een koffiemok geschreven. Daaronder staat een afbeelding van een aap met het gezicht van Janneke van der Heide (op de foto te zien in de achtertuin van het huis van Charles Darwin). Het is een verwijzing naar een bekende spotprent over Darwin, waar diens hoofd op een apenlijf prijkt. “Een cadeau voor mijn promotie”, licht Van der Heide toe. “Het is een door vrienden bedacht, Fries gezegde: ‘de evolutie is af’”. De in Dokkum geboren Van der Heide staat in Utrecht bekend om haar kennis over Charles Darwin, maar vertelt daarnaast ook uitvoerig over fietsen, zeilen, literatuur en Noorwegen.

Specialisatie
Janneke van der Heide ontvangt ons in haar werkkamer op het Instituut te Drift 10. Het is de kamer waar voorheen Maarten van Rossem verbleef. In de hoek staan nog wat vergeten flessen wijn, die Van Rossem, nadat hij de alcohol had afgezworen, voor zijn opvolger achterliet. Ook de boekenkast verklapt een verleden. Op planken dicht bij de grond staan boeken over de Koude Oorlog en Amerikaanse politiek. Hogerop zien we werken van en over Charles Darwin, en van ’s werelds beroemdste atheïst – de evolutiebioloog Richard Dawkins.

In 1995 begon Van der Heide aan een studie Geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen. Daar koos zij de richting wetenschapsgeschiedenis, als onderdeel van de cultuurgeschiedenis. Nadat zij was afgestudeerd volgde ze een jaar lang vakken bij de faculteit wijsbegeerte, wat haar goed beviel: “als ik opnieuw mocht kiezen zou het misschien wel filosofie worden”. Via de lerarenopleiding kwam zij in Groningen voor de klas te staan. Toch miste ze de studie.

In Groningen was Van der Heide bij Klaas van Berkel afgestuurd op Ernst Haeckel, “de Duitse Darwin”, die in Nederland – door de focus op de Oosterburen – grote populariteit genoot. Tevergeefs was zij toen op zoek gegaan naar een boek over de invloed van Darwin in Nederland. Uit het gebrek aan een dergelijk werk groeide het idee voor een promotie. Bovendien had zij Groningen wel gezien, en stuurde daarom een promotievoorstel naar de Universiteit van Amsterdam. In 2003 werd Van der Heide aangenomen als promovendus, en kwam onder de hoede van Piet de Rooy te staan – die er zelf een fascinatie voor Darwin op nahoudt.

Tijdens onderzoek in de Universiteitsbibliotheek van Cambridge hoorde zij voor het eerst dat 2009 (200 jaar na Darwins geboorte, 150 jaar na verschijning van On the origin of species) gevierd zou gaan worden als ‘Darwinjaar’. In Cambridge maakte zij gebruik van de talrijke brieven die Darwin geschreven heeft, en die daar opgeslagen liggen; waaronder ook de brieven naar Nederlandse adressanten waarnaar Van der Heide op zoek was. Sinds de jaren tachtig wordt er gewerkt aan The Darwin Papers, de geannoteerde uitgaven van Darwins correspondenties. Tijdens lunches met medewerkers van het project, werd Van der Heide wegwijs gemaakt in dit oerwoud aan brieven. Hier werd haar ook verteld over de evenementen die er rondom Darwin in 2009 – het jaar waarin zij wilde promoveren – zouden plaatsvinden. “Het was volstrekt toeval”, blikt Van der Heide terug op deze samenloop van haar promotie en het ‘Darwinjaar’. Het themajaar leverde haar aandacht op, maar zorgde er ook voor dat haar boek ondersneeuwde in al het Darwin-geweld. Dat was voor een deel haar eigen keuze. Zo werd zij uitgenodigd om mee te doen aan het televisieprogramma Beagle: in het kielzog van Darwin, maar bedankte daarvoor. Van alle media-aandacht waren het vooral de uitnodigingen voor radio-interviews en lezingen die haar aanspraken.

Ook in de toekomst zal Van der Heide zich bezig blijven houden met Darwin. Dit onder meer op aanraden van haar voormalige promotor De Rooy.“Ik wil soms wel iets anders. Zo vind ik de late middeleeuwen en de geschiedenis van Rusland erg interessant. Maar toch is specialiseren een bewuste keuze. Het advies, wat ik onder anderen van Piet kreeg, was gebruik te maken van mijn specialisatie.”

Mentoren
Als we er naar vragen geeft Van der Heide aan graag een mentor te hebben. Een persoon die haar inspireert, haar de weg wijst wanneer dat nodig is. Piet de Rooy is zo iemand. Ook na haar promotie komt zij nog bij hem over de vloer. Voor die tijd vervulden Ineke Veldhuis en Yke Kramer die rol. Beiden waren begeleiders op het Praedinius Gymnasium waar zij stage liep en werkte. Een nieuwe mentor is Van der Heide in Utrecht nog niet tegen het lijf gelopen, al klaagt zij niet over een gebrek aan waardevolle adviezen van collega’s. Verwijzend naar haar rol als docent en tutor van een groep eerstejaars studenten, merkt ze op: “Zelf ben ik nu ook meester natuurlijk”.

Desondanks lijkt Van der Heide haar draai in Utrecht gevonden te hebben. Tijdens het interview, op de dag voor Koninginnedag, komt collega Leen Dorsman haar kamer nog even binnenvallen. “Ik ga naar huis. Een goede Koninginnedag, en niet teveel oranjebitter drinken”, grapt hij. “Ik heb hier de naam van een borrel te houden”, legt Van der Heide uit, “ook al tijdens mijn studententijd trouwens. Het valt wel mee, volgens mij zijn er binnen de muren van de universiteit wel meer die van een glas houden”. Hoewel Van der Heide in Amsterdam is blijven wonen, lijkt zij professioneel in Utrecht dus op haar plaats. “De sfeer is hier goed; er is hier geen haat en nijd”.

Waar zij zich voor haar werk specialiseert in Darwin, daar ziet zij in de literuur kans haar historische interesses meer de vrije loop te geven. “Zo ben ik net tijdens de cursus Eigentijdse Geschiedenis bezig geweest met Reis naar het einde van de nacht van Louis Ferdinand Céline,” vertelt zij. “Ik wilde laten zien hoe zo’n boek binnen die periode past”, verwijzend naar de ervaringen van de Eerste Wereldoorlog die het boek gevormd hebben.    Teruggrijpend op haar eerdere opmerkingen over mentoren vragen wij haar naar Frank Ankersmit, de fameuze Groningse postmodernist waarbij zij als student colleges volgde. Ankersmit ziet de geschiedenis als een verhaal, waarop historici geen monopolie behoren te hebben. Zij beaamt: “Ankersmit ging daar ver in. ‘Schrijf maar een verhaal en noem dat geschiedenis’, zei hij dan tijdens het college”. Zelf is ze genuanceerder: “Ik denk toch dat er behoefte is aan benadering van de historische werkelijkheid”. Ondanks het kwaad bloed dat een schrijver als Geert Mak onder historici schept, is zij positief over de populaire historicus: “Wat je ook van hem vindt, hij brengt geschiedenis bij een breed publiek onder de aandacht. Geschiedenis is in”. Het andere uiterste vindt Van der Heide echter de drang tot “monumentalisering” – zoals het opnieuw aanleggen van oude waterwegen door binnensteden – voortkomend uit het idee de geschiedenis te kunnen benaderen. Ook zonder ingrepen in het stadsgezicht kan de geschiedenis tot leven komen: “Schrijf mooie artikelen, ook een tandje lager, zodat ze voor een breder publiek toegankelijk zijn”.

Maar niet alles wat Van der Heide doet staat in boeken geschreven. Zo heeft zij van huis uit altijd veel gezeild. Nadat zij in 1998 voor een half jaar in Noorwegen had gestudeerd, kwam haar vader haar met de boot ophalen. Noorwegen trok haar uit historische interesse voor Scandinavië, een interesse die pas jaren later plaats zou maken voor de evolutiebioloog die haar naar de Utrecht bracht. In Noorwegen wandelde zij graag, een hobby die zij met haar vriend (en alpinist) deelt. Ook op de fiets is zij actief, al voegt zij daar meteen aan toe: “Maar ik wil me niet als wielrenster afficheren, ik vind het gewoon leuk”. Desalniettemin staat er voor komend jaar een Elfstedentocht per fiets op het programma, zoals het een ware Fries beaamt.

Veel van wat Van der Heide uitdraagt en vanzelfsprekend vindt, stamt uit haar jeugd. Niet alleen het buiten zijn, maar ook vegetarisch eten en een politieke voorkeur voor links. Is het dan vanzelfsprekend om deze opvattingen uit te dragen? Wat betreft het vegetarisme: “Ik ben niet te strikt in de leer en wil geen zeikerd zijn. Mijn vriend houd heel erg van vlees, dat ga ik hem dan niet verbieden. Maar aan de andere kant hoef je maar het boek Eating Animals van Jonathan Safran Foer te lezen om direct vegetariër te worden”.

Vooruitblikkend denkt Van der Heide hardop na over een nieuw onderzoek. Zij overweegt in de discussie over de gedetermineerde mens te duiken, die door het werk van Darwin op gang komt. “Denk aan de vraag of er nog zoiets als een vrije wil is, als de natuur willekeurig selecteert?” Ook zal zij volgend jaar college blijven geven – onder meer voor haar zelfbedachte cursus: een cultuurgeschiedenis van het kwaad sinds 1600. Het kwaad? Resoluut: “Ja, het moest wel een beetje iets vuigs zijn.”

Advertenties