De passie van… Liesbeth van de Grift

“Mijn passie? … Dat zijn studenten, mag dat ook?” grapt Liesbeth van de Grift als wij na ons laatste college een afspraak maken voor dit interview. Een week later zitten we met een kopje koffie in een café om erachter te komen waar deze historica zich naast haar werk voor interesseert. Het wordt al snel duidelijk dat de passie van Van de Grift buiten Nederland ligt.

Vrijeluchtsleven in Noorwegen
Voordat Van de Grift begon met haar studie Geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam, vertrok zij naar Noorwegen om daar een jaar aan een Folkehøgskule (volkshogeschool) te studeren. Ze had altijd al een bepaalde fascinatie gehad voor Scandinavië en aan de volkshogeschool hoefde ze alleen kost en inwoning te betalen – de Noorse staat sponsorde de rest. De volkshogeschool was een soort internaatschool zonder tentamens of proefwerken, waar alles draaide om je eigen motivatie. Er zaten gemiddeld tachtig studenten op de school, waarvan Van de Grift de enige Nederlander was. De voertaal was Noors, iets wat Van de Grift al snel oppikte. Nog steeds leest zij af en toe een boek in deze taal. Het was de bedoeling dat iedereen een hoofdvak koos en daarnaast een aantal bijvakken. Er werden vooral sportieve, kunstzinnige en praktische vakken aangeboden. Van de Grift koos als hoofdvak frilufstliv, wat letterlijk vertaald “het vrijeluchtsleven” betekent. Hieronder vielen activiteiten als bergwandelen, fietsen, kanoën en skiën. Van de Grift beschrijft het jaar dat zij in Noorwegen doorbracht als één van de beste jaren van haar leven. Het kon echter niet allemaal perfect zijn. “Soms voelde ik me toch een beetje opgesloten. De prachtige fjorden ook konden benauwend zijn, ze benamen me het uitzicht, de horizon.”Daarnaast was er niet veel te beleven in de steden en had de beste krant in Noorwegen slechts één pagina met buitenlands nieuws. Aan het einde van het jaar keek Van de Grift er dan ook naar uit om weer terug te keren naar Nederland en om aan haar studentenleven in Amsterdam te beginnen.

Stichting Mara
In eerste instantie vond ze een kamer in Bos en Lommer, maar later verhuisde ze naar een studentenhuis op de hoek van de Singel en de Brouwersgracht. Tijdens de eerste colleges leerde Van de Grift meteen een leuke groep mensen kennen, en nog steeds zijn veel van haar vrienden studievrienden. Van de Grift had de beelden van de val van de Berlijnse Muur altijd zeer indrukwekkend gevonden en tijdens haar studie werd haar passie voor Oost-Europa verder gevormd. Ze sloot zich aan bij Stichting Mara, een humanitaire organisatie die medicijntransporten naar Albanië, Bosnië-Herzegovina, Kosovo, Servië, Kroatië, Macedonië en Montenegro organiseert. De stichting werd gerund door studenten en bovendien was een groot deel van de donateurs student. Met het geld dat zij binnenkregen gingen de bestuursleden naar de groothandel om medicijnen in te slaan en vervolgens reden ze zelf naar Oost-Europa met een bus. Het kwam wel voor dat ze uren stonden te wachten aan de Oost-Europese grens.

Het tweede transport waarbij Van de Grift aanwezig was bracht haar, samen met twee andere leden, naar een vluchtelingenkamp in Kosovo. Het laatste stuk werd hun bus geëscorteerd door een VN-bataljon, bestaande uit een groep Jordaniërs. “Hartstikke aardige jongens, maar soms vroeg ik me af of zij wel door hadden hoe ernstig en gespannen de situatie was.” Zo stopten de Jordaniërs onderweg in een Albanees dorp om de weg te vragen. Omdat ze de verwarming in de auto hoog hadden staan vergaten ze af en toe dat het buiten -15ºC was en gleden ze uit als ze uit de auto stapten. De dorpen waar Van de Grift kwam waren afgezet met zandzakken en prikkeldraad en er hing een treurige, zwaar beladen sfeer. Ze overnachtte bij een Servische patriarch, wiens orthodoxe kerk tevens als dorpskroeg diende. Hij maakte zelf een soort pruimenschnaps, waarvan Van de Grift en de andere twee leden van de Mara Stichting ieder een fles meekregen. Van de Grift begin te lachen als ze eraan terugdenkt. “Hij vertelde ons dat, mochten er problemen aan de grens ontstaan, we maar net moesten doen alsof er water in de fles zat. Als de douane dan de fles open zou maken en de geur de ware aard van het goedje zou onthullen, moesten we” (Van de Grift brengt met een theatraal gebaar haar handen omhoog) “op onze knieën vallen. Het water was in drank veranderd: een geschenk van God!”

Alfred Mozer-stichting
Aan het einde van haar studie ging Van de Grift stage lopen bij de Alfred Mozer Stichting. Deze stichting is gelieerd aan de Partij van de Arbeid en ondersteunt sociaaldemocratische partijen in Oost Europa. Dit doen zij door training en scholing te verzorgen voor lokale partijen in bijvoorbeeld het voeren van verkiezingscampagnes. De Stichting had een interactieve trainingsmethode. Lange monologen van de trainers over de baten van een democratisch systeem behoorden niet tot de training. De lokale politici werden uitgedaagd het geleerde direct in de praktijk te brengen. “Ontzettend inspirerend,” aldus Van de Grift, “om te werken met mensen die onder zeer moeilijke omstandigheden strijden voor een democratisch bestuur en een eerlijke stembusgang.” Hoewel het een drukke periode was, waarin ze soms twee weekenden per maand in het buitenland zat, heeft ze met ontzettend veel plezier gewerkt voor de stichting. “In Oost-Europa ligt de geschiedenis echt op straat. Er is nog zoveel om voor te vechten! Het gaat echt ergens om. Wat dat betreft is de westerse democratie maar saai.” Zegt ze met een glimlach. Op onze vraag of Van de Grift zich dan ook volledig kan vereenzelvigen met het sociaaldemocratisch gedachtegoed, moet ze even nadenken. “Zie, op het Partijbureau hangt een heel andere sfeer dan het beeld dat je van een partij in Den Haag krijgt. Het is een heel bedrijvig geheel, allerlei mensen zetten zich met hart en ziel in voor de partij. Dat is heel inspirerend.”

Uiteindelijk zou ze drie jaar voor de Alfred Mozer Stichting werken, waarin ze ook nog haar scriptie over Servië en de val van Milosevic schreef. Nog steeds ligt Servië haar nauw aan het hart. Haar inmiddels ex-werkgever stuurt haar nog steeds regelmatig op pad naar dit land. Toch begon er na drie jaar iets te kriebelen bij de jonge Oost-Europa-deskundige. Politici trainen in het oosten was weliswaar dynamisch en interessant werk, maar Van de Grift miste de intellectuele diepgang. “Ik was bezig met politieke ontwikkelingen op de Balkan, maar de benadering van de stichting en ontwikkelingswerk in het algemeen is heel praktisch.” Zijn de Kopenhagen-criteria gehaald? Dan gaan we aan de slag, bij wijze van spreken. “Natuurlijk levert het werk van de stichting een waardevolle, belangrijke bijdrage.” Haast ze zich te zeggen. “Maar hoe de situatie in eerste plaats ontstaan was, kwam minder aan de orde. De historicus in mij wilde juist op zoek naar de wortels van het conflict.”

Promotie
Ongeveer gelijktijdig met haar toenemende verlangen naar een historisch onderzoek, werd ze benaderd door Ido de Haan voor een promotietraject. Haar interesse ging, onder meer door haar werk, uit naar regimewisselingen. “Er is ontzettend veel aandacht geweest voor de machtswisselingen na de val van de muur. Men vergeet vaak dat de overgang van het nationaalsocialisme naar het communisme minstens zo ingrijpend was.” Wat doe je immers met fascistische vijanden als kersverse communistische regering? Stop je ze linea recta in de gevangenis, of integreer je ze binnen de nieuwe staatsapparaten. Van de Grift besloot een vergelijking te maken tussen Oost-Duitsland en Roemenië en deed hiervoor onder meer onderzoek in een van de meest beruchte archieven: het communistische archief in Boekarest.

Dit archief riep de meest buitenissige voorstellingen op bij de Aanzet-redactie. Reden genoeg om Van de Grift te vragen ons opheldering te geven over deze enigmatische plek. “Nou, dit archief binnengaan was écht een historische ervaring.” Als je eenmaal binnengedrongen was in dit statige, massieve gebouw, werd je ‘vriendelijk’ ontvangen in een bedompt kamertje. De vijf vrouwen, die hoogstwaarschijnlijk al hun hele leven in het archief werkten, waren niet direct enorm behulpzaam. “Waarschijnlijk dachten ze: ‘wat moet je hier, dit is onze geschiedenis, wat heb jij daarmee te maken?’” Van de Grift liet zich echter niet uit het veld slaan. Niet door chagrijnige, achterdochtige archiefmedewerkers, niet door de Roemeense bureaucratie die op ieder document minstens drie stempels van formaat verwachtte, niet door de sobere inrichting van het archief, waar krakkemikkige stoeltjes en dito tafeltjes het interieur vormde en niet door de taalbarrière. Langzaam maar zeker won ze het vertrouwen van de dames aan de receptie. “Dat was mijn grootste overwinning. Toen ik al een paar maanden dagelijks in het archief kwam, noemde de grootste kenau me tegenover een andere bezoeker haar protegé. Blijkbaar had mijn verbeterende Roemeens en het feit dat ik met hun geschiedenis bezig was, toch indruk op haar gemaakt.”

Of ze tijdens de uren in het archief, waarbij ze door de afwezigheid van computers, scanners en andere technologische hulpmiddelen complete archiefstukken met de hand moest overschrijven, hierbij gadegeslagen door verschillende oude Roemeense mannetjes, nooit eenzaam werd? “Supergezellig was het natuurlijk niet. De Roemenen gaven me niet direct ‘een warm gevoel’,” zegt Van de Grift met een gek stemmetje. Maar verhalen over verschrikkelijke eenzaamheid of heimwee zul je van Van de Grift niet horen. “Ik ben niet iemand van extreme pieken en dalen, over het algemeen ben ik vrij evenwichtig. En ik ben serieus ingesteld. Ik houd niet van half werk; als ik ergens aan begin, maak ik het af.” Het is daarom niet verwonderlijk dat ze haar proefschrift tot een goed einde bracht. Een passende anekdote is de speech die een vriend van haar hield tijdens haar promotie. Samen met Van de Grift was hij aan het schaatsen op de Ringvaart in Noord-Holland, waar Van de Grift is opgegroeid. Van de Grift schaatste voor hem uit op dit lange rechte stuk water, met slechts een beperkt aantal zijslootjes. “Nu begrijp ik hoe Van de Grift zo vastbesloten komt. Recht vooruit, een vaste koers. Niet verwonderlijk als je hier bent opgegroeid.”
Momenteel werkt ze aan de Nederlandse vertaling van haar proefschrift, waarna het in boekvorm uitgegeven wordt.

Universiteit
Terugkijkend op haar carrière tot nu toe, constateert ze dat er, ondanks het feit dat ze zichzelf niet als een carrièreplanner beschouwt, er toch een zekere lijn zit in haar keuzes. “Ik heb altijd mijn interesses gevolgd. Op het moment dat ik merkte dat ik iets minder leuk vond, begon ik om me heen te kijken en werd het tijd om iets te veranderen.”

We komen te spreken over haar werk voor de universiteit. Van de Grift veert op en vertelt enthousiast over haar ervaringen als docent. Op de universiteit voelt ze zich helemaal op haar plek. “Eigenlijk zijn de studenten mijn werkelijke passie.” Uit haar eigen ervaring is ze van mening dat een docent zich vooral betrokken en laagdrempelig moet opstellen. Het gaat erom een sfeer te creëren waarin iedereen mee durft te doen met de discussie. Naar college gaan moet een levendige aangelegenheid zijn. Het gaat haar er niet alleen om dat een student dat ene vak haalt. Het doel is ook de interesse in de wereld verder aan te wakkeren. De brug te slaan tussen hetgeen wat geleerd moet worden en het grotere geheel. Daarnaast vindt ze het heel belangrijk dat studenten zich geprikkeld voelen tijdens hun studie. Dat docenten hen wijzen op mogelijkheden zich verder te ontwikkelen, op interessante congressen of stages.

Eigenlijk vormt het werken op de universiteit de synthese tussen haar werk bij de Alfred Mozer Stichting en het promotietraject. Tijdens de colleges is ze bezig met kennis overdragen, met het creëren van een dialoog tussen student en docent, terwijl ze daarnaast haar eigen onderzoek mag uitvoeren. Ze voelt zich dan ook volledig op haar plek. Of ze nooit onzeker is? “Natuurlijk was ik een beetje nerveus voor mijn eerste college. Zeker als jonge docent moet je een zeker overwicht hebben. Uiteindelijk ben jij de autoriteit, dus kun niet te amicaal zijn. Een zekere professionele afstand is noodzakelijk.” Het achterste van haar tong laat Van de Grift dan ook niet zien tegenover twee van haar studentes. “Jullie zijn nieuwsgierig naar mijn diepste passie, maar ik ben niet zo spannend. Het verschil met Nederland en Scandinavië is dat het daar heel normaal is als je van wandelen en fietsen houdt, terwijl je hier voor een geitenwollen sok versleten wordt. Maar ik vind het heerlijk, het frilufstliv. Op mijn werk ben ik veel mensen bezig. Wat doen ze, wat ze motiveert en waarom. Dit is natuurlijk heel spannend, maar af en toe heb ik er ook behoefte aan dit te relativeren. Dan is het heerlijk als je een berg ziet en denkt: ‘ja, deze berg staat er al 2000 jaar en is niets veranderd.’”

Door Tessa Hagen en Sanne Deckwitz

Advertisements