De passie van… Joris van Eijnatten

Joris van Eijnatten is een veelzijdig figuur. Binnen de cultuurgeschiedenis, zijn vakgebied, vindt hij bijna alles interessant. Bovendien zoekt hij graag de samenwerking op met andere disciplines. Ook privé heeft hij erg uiteenlopende bezigheden. Zo staat de kersverse hoogleraar Cultuurgeschiedenis aan de Universiteit Utrecht elk weekend langs het veld waar zijn voetballende zoon speelt, en heeft hij een bijzondere interesse voor exotische planten.

Van Eijnatten heeft zijn bewuste ontwikkeling als puber en adolescent in het buitenland doorgemaakt. Hij werd geboren in Spanje en groeide op in Kenia, waar hij een internationale school bezocht en les kreeg in het Engels.  Dit heeft zijn sporen nagelaten: Van Eijnatten spreekt goed Engels, zelfs een klein beetje Swahili, en voelt zich overal ter wereld thuis. “Ik hecht mij niet zo sterk aan mijn omgeving”, vertelt hij, “ik woon nu in Almere, maar ik zou net zo makkelijk buiten Nederland kunnen werken en wonen.” Op de internationale school volgde hij alleen bètavakken – natuurkunde, wiskunde en scheikunde – maar tegelijk was hij ook geïnteresseerd in geschiedenis en literatuur.

Na de middelbare school verhuisde Van Eijnatten naar Nederland. De bètakant was nog steeds natuurlijk voor hem, en hij schreef zich in voor de studie geologie aan de Vrije Universiteit (VU) in Amsterdam. Hij was hier meer gecharmeerd van een medestudent –zijn latere vrouw– dan van de studie. Al snel stapte hij daarom over naar geschiedenis, en deze keer was het raak: “Ik wist daar als student al snel dat ik academicus wilde worden.” Dat lukte. Na zijn studie volgde een aanstelling als aio en een heleboel losse contracten, totdat hij in 2005 werd benoemd tot universitair hoofddocent – zijn eerste vaste baan. In 2007 werd hij, nog steeds aan de VU, benoemd tot hoogleraar cultuurgeschiedenis.

Dief in het arboretum
Al zijn academische activiteiten vergen veel van Van Eijnattens tijd. Ook in het weekend is hij hoogleraar: “Het is moeilijk om je op een bepaald moment níet met je vak bezig te houden. Het is een baan waar je bij moet blijven”.  Zelf als hij op zaterdagochtend bij zijn voetballende zoon langs het veld staat, neemt hij altijd ‘zijn stukken’ mee. Zo kan hij voor de wedstrijd en in de rust nog wat doen. Toch zijn er ook momenten dat het werk écht naar de achtergrond wordt verbannen. “Ik behoed mijn quality time. Op zaterdagavond zitten wij thuis gewoon voor de tv. Wat we kijken? Fringe, een Amerikaanse serie over wetenschappelijke vondsten die nog niet kunnen. Technieken die op het randje van het mogelijke zitten. De X-files heb ik ook integraal bekeken tot de 7e jaargang. Fringe is slechter, maar het is een voortzetting van hetzelfde idee. Dat vind ik leuk!”

Wie nu denkt dat Van Eijnatten in zijn vrije tijd alleen een couch potato is, heeft het mis. Zijn echte niet-academische hobby is namelijk heel avontuurlijk: “Afgelopen zomervakantie ben ik, samen met zijn oudste zoon en tot ergernis van mijn vrouw, in Zuid-Frankrijk op jacht gegaan naar zaden van planten. We kwamen thuis met vijftig enveloppen. In zijn slaapkamer en in mijn studeerkamer is het nu een enorm oerwoud!” Een aantal zaadjes nam Van Eijnatten stiekem mee uit een soort hortus. Tot zijn verbazing zat er een Jacarandaplant bij, een exotische boom uit Zuid-Amerika met prachtige paarse bloemen. “Ik heb er acht van gezaaid, die zijn allemaal uitgekomen.”

Naast groene vingers heeft Van Eijnatten ook blauwe vingers. Sinds kort heeft hij, samen met zijn andere zoon, een mooi aquarium. “Een zestig-literbak, een echt beginnersaquarium”, zegt hij lachend. Om hier snel aan toe te voegen: “Vroeger had ik een grotere!”

Naar Utrecht
Hoewel Van Eijnatten het aan de VU naar zijn zin had, verruilde hij dit jaar Amsterdam voor Utrecht. Hier heeft hij veel meer interdisciplinaire mogelijkheden, en mag hij een nieuwe master cultuurgeschiedenis opzetten. Vol trots vertelt hij hierover: “De master Cultural History gaat over de manier waarop ideeën en culturele praktijken zich vanaf de middeleeuwen hebben ontwikkeld en ook in het heden vorm blijven geven aan de identiteit van mensen. Deze master is heel bijzonder: niet alleen de enige master Cultural History in Nederland, maar ook een van de zeer weinige in de wereld die volledig tweetalig is. Bovendien combineert de master een toegepast traject over cultureel erfgoed, met een theoretisch tracé en dan is hij ook nog interdisciplinair.”  Vanaf volgens studiejaar kunnen studenten deze richting volgen.

Op onderzoeksgebied zal Van Eijnatten zich in Utrecht gaan bezighouden met de cultuurgeschiedenis van de communicatie. Op het moment is hij bezig met een handboek waarin media, communicatie en informatie centraal staan. “Van de Neanderthaler tot heden”, geeft hij ambitieus aan.  De communicatiegeschiedenis is een hoek van de wetenschap die hij pas laat betreden heeft. Dat is geen toeval, want Van Eijnatten wil zich elke vijf jaar op een ander gebied binnen de cultuurgeschiedenis storten. Hij blijft zich intussen ook verdiepen in religiegeschiedenis en ideeëngeschiedenis, de twee onderwerpen waar hij in Amsterdam veel mee bezig is geweest. “Ik wil me zo breed mogelijk oriënteren. Binnen de cultuurgeschiedenis zijn daar gelukkig veel mogelijkheden voor, ik wil me niet vastleggen op een deelgebied.” Bij het kiezen van die deelgebieden laat hij niet alleen zijn persoonlijke voorkeur meespelen, zo geeft hij toe: “De communicatiegeschiedenis ligt goed in de markt. Het trekt veel studenten.”

Gadgets
Dat Van Eijnatten zoveel plezier beleeft aan het kweken van zaden en aan het onderhouden van een aquarium, is ongetwijfeld nog een stuiptrekking van zijn bètaverleden. Zijn bètainteresse en zijn belangstelling voor communicatie zorgen er samen haast onvermijdelijk voor dat Van Eijnatten gadgets interessant vindt. “De technische kant van communicatie spreekt mij inderdaad erg aan, ik ben een echte gadgetliefhebber, net als mijn oudste zoon trouwens. Onlangs heb ik een iPhone gekocht, een prachtig ding!” Hij vertelt daarbij opgelucht óók te weten hoe zijn iPhone werkt.

Van Eijnatten vertelt erg enthousiast over zijn iPhone, zoals hij bijna overal enthousiast over vertelt. Of het nu zijn favoriete tv-serie is, de Franse avonturen met zijn zoon of de vriendschappen die hij wereldwijd heeft overgehouden aan zijn tijd in Kenia: op al deze dingen kijkt Van Eijnatten met plezier terug. Als hij praat verschijnt een twinkeling in zijn ogen. Het is dan ook lastig om achter Van Eijnattens positieve kant te kijken. Als hij gevraagd wordt naar zijn hekelpunten, blijft het stil. Na lang nadenken zegt hij, nog hardop met zijn gedachten bezig: “Aardappels, daar heb ik nooit aan kunnen wennen.”

Zich ervan bewust dat dit niet álles kan zijn waar een mens een hekel aan kan hebben, denkt hij nog langer na. Dan schiet hem een serieuzer hekelpunt te binnen. Van Eijnatten hecht namelijk erg aan duidelijk communiceren –het kan ook  niet anders voor iemand die zich professioneel met communicatie bezighoudt. Hij heeft dan ook een gloeiende hekel aan mensen die geen antwoord mailen op een vraag, bijvoorbeeld nadat hij een vraag van de andere kant wél beantwoord heeft. “Mensen moeten maar de discipline opbrengen die mail in het geheel niet te sturen”, zegt hij met een lichte ergernis.

Daarnaast voelt Van Eijnatten zich vaak onprettig bij het maatschappelijk debat zoals dat in Nederland gevoerd wordt. De media hebben alleen aandacht voor grote, sensationele verhalen, en vertellen daarmee alleen een klein deel van het verhaal. Daarbij worden vaak hele bevolkingsgroepen geschoffeerd. Tijdens colleges en lezingen probeert hij aandacht te besteden aan deze problemen, maar het publieke debat zoekt hij niet op: “Onderwijs en onderzoek hebben mijn volle aandacht, daarna komt pas de rest.”

Door Hans Schouwenburg en Matthijs Kuipers

Advertenties